Archive for Schrijver, tekenaar, dichter

Vermeer en zijn gezicht op Delft

Er zijn grofweg twee kampen te vinden als we er gediscussieerd wordt over Johannes Vermeer. Het ene kamp zegt dat hij een echte kamer heeft gebruikt, met echte mensen en echte tafels en stoelen en dat hij dus schilderde wat hij zag. Het andere kamp zegt: nee, hij was een briljant genie dat het uit zijn hoofd deed. Hij had zo’n visueel geheugen dat alles dat hij zag meteen op het doek gezet kon worden. Vermoedelijk zullen we het nooit weten, maar ik sluit me toch iets meer aan bij degenen die zeggen dat hij daadwerkelijk schilderde wat hij zag. Ik denk dat onderstaande tekst dit wellicht kan illustreren. Ik ga hierbij uit van het schilderij ‘Soldaat en lachende meisje’. Wederom zijn de personen in een kamer gezeten, met een raam aan de linkerkant. Soldaat Fascinerend allemaal, maar dit zegt nog niets of het nu een verzonnen tafereel is, of dat het een echte blik geeft op de werkelijkheid die Vermeer zag. We gaan er voor het gemak vanuit dat Vermeer dit schilderde toen hij nog in het huis ‘Mechelen’ woonde, aan de Markt in Delft. Eigenlijk maakt dat niet zoveel uit waar het is, maar het geeft meer kredietwaardigheid aan mijn bewering. Hier kom ik straks nog op terug. Goed, laten we nu eens inzoomen op het open raam aan de linkerkant: Soldaat_groot In dat glas-in-lood raam zien we de vage contouren van iets. Een wat? Een boog of zo. Maar in ieder geval lijkt het sterk op een gebouw van steen. Mee eens? Je zou dus (met de veronderstelling dat dit schilderij echt gemaakt is in een kamer in het huis ‘Mechelen’) moeten kunnen nagaan of er een gebouw vlak naast het raam heeft gestaan met iets wat lijkt op wat er in het raam wordt weerspiegeld. Als je dat niet kunt vinden, dan zijn er twee mogelijkheden; of Vermeer heeft het helemaal verzonnen en verzint dan een weerspiegeling in het raam, of het schilderij is op een andere plaats gemaakt, maar wel op een echte locatie. Laten we er een fotootje van Delft bijnemen (met dank aan Google Maps): Delft_boven Het rode vlak is de plaats waar vroeger het huis ‘Mechelen’ heeft gestaan. Is nu een steeg/doorgang naar de Markt. De rode lijnen wijzen naar de Nieuwe Kerk op de Markt. Naar de andere kant heb ik ze niet getrokken, want daar staan nu geen gebouwen en heeft ook nooit iets gestaan. De lijnen rechtdoor hebben ook geen zin, want het raam weerspiegeld iets van de zijkant, niet van rechtdoor. Dus het lijkt erop dat de Nieuwe Kerk er iets mee te maken heeft. En hoe ziet dat gebouw er dan precies uit? de-nieuwe-kerk-delft3(p-activity,4163)(c-0) Als die weerspiegeling lijkt op een boog, dan wordt het zoeken naar bogen, nietwaar? Nu lijkt het er erg op dat we dingen willen zien, maar ik moet zeggen dat de boog aan de voorkant, met de drie ramen, wel akelig veel trekjes vertoond van wat in het raam weerspiegeld wordt. De kromming, de witte rand naast de kromming. Zou Vermeer dit gewoon gezien kunnen hebben toen hij ergens in de 17e eeuw naar buiten keek? Streetview_Delft Misschien wel, misschien ook niet. Maar om terug te komen op dat ene punt; stel dat Vermeer het niet geschilderd heeft op de plaats waar we denken dat het was. Dan zou er nog steeds ergens een locatie kunnen zijn waar een boog met een witte rand te zien is, vanuit de juiste hoek. Mocht ik ooit de tijd vinden, dan reis ik af naar Delft en wil vanaf die plaats de huizen aan de overkant (links naast het raadhuis, en met een camera op een lange stok, want wij Nederlanders mogen dan het langste volk ter wereld zijn, die hoogte haal ik niet) bekijken. Want je ziet op het schilderij ook nog net enkele daken. Ben benieuwd of dat overeenkomt. Vermeer kan wellicht een uitmuntend kunstenaar zijn met een fenomenaal visueel geheugen. Maar dergelijke details in een raam uit het hoofd schilderen; met welke reden? Wordt het schilderij dan mooier/beter/etc.? De bewering dat Vermeer dus zijn interieurs heeft verzonnen (Walter Liedtke is een van degenen die dit beweert) lijkt onwaarschijnlijker dan wat ik hierboven heb vermeld. Als de ruimte namelijk verzonnen zou zijn, wat voegt dan een dergelijk detail aan de kamer? Die wordt er niet realistischer op. Het lijkt er sterk op dat Vermeer dus schilderde wat hij zag en sosm wat aanpassingen deed. Moeilijker moeten we het niet maken. Ik hoop dat we nog steeds uit blijven gaan van de stelling dat de meest simpele bewering vaak de juiste is, voordat we konijnen uit hoge hoeden gaan toveren.

HERINNERING AAN WAT NOG MOET KOMEN

Toen ik in slaap viel op de tegels
in deze stad, probeer ik jou voor te stellen
jouw handen tegen de mijne,
de kleur dansend in je ogen,
de stenen muren, de hemel van deze stad
Het gewicht van de maan drukt op ons.

Ik probeer terug te gaan naar dat moment,
maar ik kan eigenlijk alleen herinneren
hoe de wereld ooit was.

Ik wou dat ik als mijn zoon kon spreken,
waarbij alles praatbaar is
En de wereld in mijn handjes past
verleden en herinneringen nog nieuw
Dit leven is geen boek
anders had ik je allang dichtgeslagen
En onder mijn jas verstopt

Verkiezing nieuwe stadsdichter in Roosendaal

Als men tegenwoordig over het Tongerloplein loopt, dan zal het niemand kunnen ontgaan dat zich daar een hele metamorfose heeft afgespeeld. Nieuwe stenen, nieuwe trappen en een zee van hip licht. Een beetje van dat hippe licht toont de slogan van onze stad: “Beleef het in Roosendaal”.

In Roosendaal schijnt er van alles...

Tongerloplein met nieuwe lichtjes

Dan ga ik me toch een aantal dingen afvragen als ik zoiets lees. Wie heeft dat bijvoorbeeld verzonnen? In ieder geval niet de Stadsdichter. En da’s jammer. Die zou er toch voor zulke dingen moeten zijn. Dan zal het wel van een bureau komen die grossieren in slagzinnen voor gemeenten. De vraag die daarop dan volgt is: zou een dergelijk bureau nu duurder of goedkoper zijn dan de gage die de Stadsdichter voor zijn werk krijgt?

Welnu, niet gedraald en dit natuurlijk meteen aan de burgemeester gevraagd. Met een kneepje in onze arm en een dikke knipoog deelde hij ons mede dat zo’n bureau toch wel iets duurder was dan de Stadsdichter. En of we nog een rondje van hem wilden?

Oh ja, iets duurder zegt de man. Dat is hetzelfde als beweren dat een pot pindakaas iets kleiner is dan een voetbalstadion.

Klopt helemaal, niks aan gelogen, maar we zijn nog niks wijzer zo.

Nu ik het dan toch over voetbalstadia heb, we hebben er een slogan bij, maar een stadion minder. Want RBC is vertrokken uit de stad. En we hebben er een zee van licht bij, maar Philips gaat vertrekken uit de stad. Dat ik dat nog beleven mag zeg!

Laten we dan ook niet onvermeld laten dat we als spoorstad helemaal voorbij zijn gestreefd door Breda. Wel eens gezien wat die gasten allemaal aan infrastructuur aan het optuigen zijn? Alsof we dat in Roosendaal niet konden. Waar ging het mis?

Ik weet dat het voor de Roosendaalse ambtenaren verplicht is om de werken van Machiavelli onder het hoofdkussen te hebben. Dat moeten ze in Breda ook, maar blijkbaar hebben ze het beter gelezen en begrepen.

Maar wacht even. Wat ben ik nu aan het doen? Ik ben helemaal tegen de mantra van het moment in aan het gaan. Welke mantra van de maand vraagt u zich af?

Nou, degene die zegt dat we niet zo negatief meer mogen doen over Roosendaal. D’n dieje. Klinkt die bekend?

Wel mooi toch? Iedereen die een tegengeluid laat horen (en die niet in jouw agenda past) monddood maken door te zeggen dat men negatief is. Slim.

Dus als er in het Stadskantoor een scheet wordt gelaten dan moeten wij maar roepen dat het naar madeliefjes ruikt? Ik dacht het niet.

Een scheet is een scheet en als die stinkt (wat vaak het geval is) dan moet je er iets van zeggen. Het is natuurlijk mooier als je ook nog een oplossing weet te bedenken of een alternatief (luchtverfrisser, raampje open, lucifer aansteken, etc etc. Maar deze metafoor gaat hiermee ver genoeg).

Dus als alternatief zou ik zeggen: opdoeken die slogan. Ooit wel eens jezelf proberen te vatten in één zin? Niet echt denderend gelukt, neem ik aan. Maar een stad met meer dan 70.000 individuen kan dan wel in zin gepakt worden? Word toch eens volwassen zeg.

En we hebben al een mooie slogan. Op de kleinere weggetjes, als je Roosendaal binnenkomt, staat onder sommige borden heel eenvoudig het woord ‘Welkom’. Nou. Is dat nu geen mooi motto voor onze stad? Simpeler kan niet, en het hangt al overal. Kost dus niks.

Want met alles wat verdwijnt uit Roosendaal lopen we natuurlijk groot gevaar dat we lekker gaan zitten indutten achter onze opgetrokken muren van gezapigheid.

Wellicht dat ze dat ook in het achterhoofd hadden bij de renovatie van het Tongerloplein.

Ze zetten die grote lichtmast daar weg die ook nog allerlei lichtjes op de grond projecteert. Het lijkt wel een landingsbaan. Dus in navolging van Seppe krijgen we dan Tongerloplein International Airport.

Nu geduldig wachten tot de eerste vlieglading terroristen aankomt en dan zullen we echt eens wat beleven in Roosendaal.

Het is kunst!It’s art!

Een van de vragen die menigeen blijft stellen (en waar we helaas geen objectief antwoord op hoeven te verwachten) is de vraag: wat is nu kunst?
Natuurlijk, ik kan op het internet opzoeken welke stromingen er allemaal zijn en hoe die genoemd worden en wie, wat en waar wordt ingedeeld. Maar dat beantwoord nog steeds niet de vraag wat kunst nu is. Blijkbaar weten we het pas als we het zien en er een label aan hebben kunnen hangen.
Maar dat label is niet voor iedereen gelijk. De grote Kunst is voor iedereen wel duidelijk; daar zijn we het over eens. Dat is ons zo geleerd. Die mening volgen wij netjes. Tenslotte hangt die Kunst ook in een museum?
Dit is namelijk een van de definities van kunst: het hangt in een museum. Klaar toch? Nou nee. Want dan zitten we met een mooie cirkelredenering. Kunst hangt in een museum. En een museum is een gebouw waar kunst hangt. Dus verwijzen twee dingen naar elkaar en zijn we nog geen snars wijzer.
Dit geldt ook voor de kunstkenner. Een van de (vele) definities van kunst is dat dit bepaald wordt door de kunstkenner. En daar zitten we weer in een cirkeltje! Want een kunstkenner is iemand die bepaalt of iets kunst is.
Nee, zo komen we er niet uit. Dat hoeft ook eigenlijk niet. Iedereen moet zelf kunnen vinden of iets mooi, lelijk, kunst of geen kunst is. De vraag moet liever zijn (als je niet zeker van weet hoe je het moet noemen) niet alleen waar kijk je naar, maar ook waarom.

Enige tijd geleden is wederom het KunstOnder1Dak gehouden in Roosendaal. Op een opvallende locatie (het leegstaande RBC stadion) werden professionele- en amateurkunstenaars gevraagd hun werk te tonen. Ook ik gaf hieraan gehoor.
Vooral om de vraag te poneren aan de bezoeker: wat is kunst? Waar kijken we naar?
Als uitgangspunt nam ik de eerste definitie: kunst hangt in een museum. Als een voorwerp in een museum hangt dan zal het wel kunst zijn. Alle attributen die het zijn status geven zijn daar aanwezig: de juiste belichting, naambordjes, beschrijvingen en stille zalen.
Maar kunst buiten een museum? Behoudt dat zijn waarde of wordt het dan niet-kunst? Dan dringt zich de laatste vraag op: niet-kunst in een niet-museum? Hoe kijkt men daar tegenaan.

Onderstaand de foto’s van de drieluik met de titel: Ceci nést pas l’art conceptuel
Dit is uiteraard een knipoog naar het schilderij van Magritte waarin hij een pijp heeft afgebeeld en tegen de kijker zegt dat het geen pijp is (omdat het een afbeelding is). Zo ook de titel van dit werk. Ik zeg dat het geen conceptuele kunst is. Want ik stel nu juist de vraag óf het nu wel kunst is waar we het over hebben. Eigenlijk een dubbele uitdaging van het intellect, omdat conceptuele kunst uit wil dagen tot nadenken, zeg ik net het niet te doen, door het wel te doen.
Enfin, de drieluik kreeg inderdaad alle attributen mee van een ‘echt’ museum. Naamkaartjes en al. De schilderijen zijn met de hand gemaakt (en verwijzing naar de videospelletjes van toen, die ook met de hand werden gemaakt. Hexadecimaal invoeren van code etc.) met houten blokjes die één voor één met de hand zijn geschilderd en geplakt.

Drieluik massacultuur iconen.
Titel: Ceci nést pas l’art conceptuel

(klik op de plaatjes voor uitleg over de uitgebeelde karakters)

mariodonkeyjrghost

.

Vermeer en zijn vrouw (II)Vermeer and his wife (II)

Er schijnt een stroming te zijn in de bestudering van (schilder)kunst, die ervan uitgaat dat je niet het leven van de kunstenaar te veel moet betrekken bij het bestuderen en beoordelen van zijn werk. Blijkbaar is dat een Romantisch ideaal, waarbij de Kunstenaar (let op de hoofdletter!) te veel op een voetstuk wordt gezet. Hij wordt dan gezien als het onbegrepen genie, het lichtende voorbeeld, ineens was ‘ie er.

Ook moet er vooral gekeken worden naar documenten en beschrijvingen van het kunstwerk in kwestie. En natuurlijk technisch onderzoek. Verflagen afkrabben, röntgenfoto’s nemen, MRI scans en alles wat de moderne techniek ons voorhanden biedt.

Maar vergeten we soms niet iets heel belangrijks? Wat van de afbeelding zelf? Die is toch het beste document voor wat de kunstenaar probeerde te zeggen. En ja, dat kan zeer persoonlijk zijn en ja, dat kan heel erg te maken te hebben met de omgeving waar de kunstenaar zich bevond.

In een eerdere blog heb ik het al gehad over het feit dat het redelijk aannemelijk lijkt (gebaseerd op het visuele bewijs) dat Vermeer zijn vrouw (of een telkens hetzelfde model) heeft geportretteerd in een aantal van zijn werken.

Hieronder heb ik ze op een rijtje gezet (niet chronologisch want de meningen zijn nogal verdeeld over de verschijningsdata van zijn schilderijen).
De afbeeldingen zijn allemaal dezelfde richting in gezet zodat de vergelijking makkelijk is. let vooral op de spitse neus, de lippen en het voorhoofd.

De overeenkomsten zijn verassend!

Brieflezende vrouw in het blauwBrieflezende vrouw bij het raamHet concertSoldaat en het lachende meisjeDe koppelaarsterVrouw met weegschaalVrouw met waterkanSlapend meisjeThere seems to be a trend in the study of (painted) art , which assumes that you do not have to engage in studying and assessing his work the life of the artist too much Apparently this is a romantic ideal, where the Artist (note the capital!) is put way too much on a pedestal. He is seen as the misunderstood genius, the shining example for us mere humans, all of a sudden he was ‘there’.

Furthermore, we ought to study documents and written descriptions of the work of art in question. And of course, technical research. Layers of paint to be scraped of, x-rays, MRI scans and all of the modern wizardry one can think of.

But aren’t we forgetting the most important thing? The image itself ? That is still the best document when one wants to discover what the artist was trying to say . And yes, it can be very personal , and yes, it probably has got a lot to do with the environment the artist was in.

In a previous blog I talked about the fact that it seems quite plausible (based on the visual evidence) that Vermeer’s wife (or put differently: the same model) has been portrayed in some of his works.

Below I have put them in a row (not chronologically because opinions are quite divided on the publication dates of his paintings).
The images are all facing the same direction so that comparison is easier. Pay special attention to the sharp nose, lips and forehead .

The similarities are surprising !

Brieflezende vrouw in het blauwBrieflezende vrouw bij het raamHet concertSoldaat en het lachende meisjeDe koppelaarsterVrouw met weegschaalVrouw met waterkanSlapend meisje