Archive for Filosofie?

Spiegelbeeld / zelfbeeld

Het is bijzonder moeilijk voor mensen (en vrouwen in het bijzonder) om langs een spiegelend oppervlak te lopen zonder daarin te kijken. Een ruit, een spiegel, een bushokje, noem het maar op. Meteen moet er even gekeken worden. En waarnaar eigenlijk? Of het haar goed zit, de rok nog recht, geen wc-papier dat uit de broek hangt. Dat soort dingen.
Is dat alles? Kijken we alleen om te zien of alles nog zo zat als we dachten toen we ’s morgens de deur uitgingen? Of gaat het om iets anders, iets wat dieper zit? Proberen we misschien het plaatje dat we in ons hoofd over onszelf hebben te bevestigen? Is het beeld dat ik uitstraal ook het werkelijke beeld? En dat ligt buiten jezelf. Je weet niet hoe de visuele boodschap wordt ontvangen uiteraard. Daar heb je dat spiegelende oppervlak nodig. Om even buiten jezelf te kunnen treden en jezelf te zien hoe anderen je zien.
Wat gebeurt er dan in die paar milliseconden tussen denken hoe je eruit ziet en de werkelijkheid? Er moet in een kort tijdbestek nogal iets aangepast worden als je je spiegelbeeld ziet. Want het spiegelbeeld voldoet bijna nooit aan je zelfbeeld. Daar zit een beetje een verschil. En dat kun je met geen mogelijkheid goed maken met een hipper kapsel, een mooie rok of betere toilet etiquette.
Komt eigenlijk je zelfbeeld sowieso ooit overeen met de werkelijkheid? Nu is het een heel interessante vraag wat de werkelijkheid nu precies is. Een spiegelend oppervlak zou, mits geen grote vervormingen of beschadigingen, een waarheidsgetrouwe projectie moeten geven van de werkelijkheid. Van jouw plaatje dus. Maar helaas wordt het plaatje daarna wel weer door het filter van jouw perceptie gehaald. En perceptie en werkelijkheid staan, op zijn zachtst gezegd, wel heel ver van elkaar af op de schaal van objectiviteit.
Daarom komt het meestal als een lichte schok/verrassing/verbazing als we onszelf terugzien in de spiegel. Want we weten dat die niet liegt (maar weten is weer iets anders dan voelen of geloven).
Maar wat van het grootste spiegelende oppervlak dat helemaal niet waarheidsgetrouw is? De reflectie van onszelf die we zien in onze sociale omgeving? Onze vrienden, kennissen, collega’s en andere frequente barbezoekers.
Zij houden ons ook een spiegel voor en geven ons een beeld van onszelf. Een beeld dat vaak een gevoel blijft, dat vaak ook moeilijk onder woorden is te brengen. Daarom wordt er ook zoveel en zolang oeverloos gepraat over alles wat in je omgeving gebeurt.
Waar je juist niet van moet uitgaan is echter de spiegel die je sociale omgeving je voorhoudt. Zodra je daarin kijkt krijg je de neiging om van alles aan te moeten passen. Omdat, wederom, je zelfbeeld soms in luttele seconden aangepast moet worden bij het horen van weer een sociale roddel of opmerking.
Iemand krijgt een betere baan of meer salaris? Een vriend wint de lotto? Kennissen gaan een half jaar naar een tropisch eiland? Oh-oh, wat komt dat aan. Want vergeleken met hun reflectie boer jij het natuurlijk niet zo goed met je vierdehands auto en je saaie ambtenarenbaan.
Maar niets menselijks is je vreemd. Dit wordt het survivorship bias genoemd; de neiging om als we onze omgeving zien er alleen de winnaars eruit te pikken. Natuurlijk, jij hebt ook een fantastische baan met een mooi salaris, maar als er iemand meer dan jij verdient dan ben je plotseling blind voor degenen die het minder goed hebben dan jij. Onze sociale omgeving geeft ons een bijzonder vertekend beeld: we zien wel de mooie rok van de buurvrouw, maar we negeren eenvoudig weg dat de rest van de straat een stuk wc papier uit hun broek heeft hangen (inclusief erg dubieuze vlekken).
Moraal van het verhaal: wil je nooit teleurgesteld worden in het verschil tussen je eigenbeeld en je omgeving, ga dan wonen in een wijk van een bijzonder lage sociale klasse. Daar verdien jij het meest en zie je er het beste uit, zodat niemand boven je staat en jij je niet minder hoeft te voelen.
Ik raad een lepra-kolonie aan. De plaatselijke VVV kan er zo een voor u uitkiezen.

Verzet

In de meimaand wordt er uiteraard weer veel gesproken over de oorlog. En als je iets nuttigs wilde doen in de oorlog, dan zat je in het verzet. Het werd zelfs als zo iets nuttigs gezien en hoog aangeslagen dat na de afloop van de oorlog meer mensen in het verzet bleken te zitten, dan dat we inwoners van Nederland hadden!

Maar wat is dat nu precies; dat verzet? Onze Vader des Vaderlands, Willem van Oranje was natuurlijk een verzetsstrijder die zich verweerde tegen de overheersing vanuit Spanje. Maar voor Filips II was hij een terrorist die een beetje keet zat te schoppen in zijn noordelijke provincies. Het is natuurlijk maar aan welke kant je staat en wie je gelooft, nietwaar? Hun geloof, visie en acties stonden lijnrecht tegenover elkaar.

En, tja, elke actie heeft een tegenovergestelde reactie tot gevolg. Klinkt bekend? Jawel, van de natuurkundelessen op de middelbare school. Die goeie ouwe Newton met zijn derde bewegingswet. Wat had Newton toch nog meer mooie dingen kunnen bereiken als hij maar niet meer dan de helft van de tijd zich bezig hield met astrologie, alchemie en meer van dat soort onzin. Alleen in die tijd was dat allemaal wetenschap en werd dat vrolijk over een kam geschoren.

Daarna is er een duidelijke scheiding gekomen tussen wetenschap en flauwekul. Helaas zien we de laatste jaren toch weer dat een heleboel pseudo-diepe-nadenkers zaken staan te verkondigen waar ik me met hand en tand tegen verzet.

Dit jaar schijnt in het teken te staan van het einde van de wereld. De reden? Welnu, de Maya’s hebben dat voorspeld met hun kalender.

Aha. Dus nu leven we in een tijd dat we klokken kunnen bouwen die in 3 miljard jaar nog geen seconde achter lopen en toch geloven we nog een volk dat zijn kalender niet eens tot na 2012 kon laten doortellen? Ben ik de enige die hier de onzin van ziet?

De Maya’s konden met hun verregaande technologie (let wel: ze kenden het wiel niet en de beste lijm die ze hadden bestond uit varkensmest en spuug) 600 jaar in de toekomst kijken?

Laat ik een eenvoudig voorbeeldje nemen hoe ver wij, als moderne mens, in de toekomst kunnen kijken. Als we een volkomen gladde biljarttafel nemen met drie biljartballen en ik geef er een hens tegen dat kan ik met een goeie computer uitrekenen (daar hebben we Newton weer) waar die ballen terecht komen. Dus, op kleine schaal, kan ik dan in de toekomst kijken. Met vier ballen gaat dat ook nog wel lukken, maar ik heb een veel betere computer nodig. Vijf ballen? Vergeet het maar. Het aantal onbekende variabelen wordt zo groot dat het onmogelijk is te voorspellen waar al die vijf ballen terecht komen.

En de Maya’s? Die zouden dat dus kunnen op een oneindig biljartlaken met een oneindig aantal biljartballen? Met varkensmest en spuug.

Komop zeg. Nog even en jullie gaan zeggen dat dat mogelijk is, omdat er meer is tussen hemel en aarde. En wederom moet ik me met kracht daar tegen verzetten.

Natuurlijk is er meer tussen hemel en aarde en natuurlijk volgt uit dat alles wat nu niet te verklaren valt, niet automatisch dat het nooit te verklaren is. Vervolgens wordt er dan schamper gereageerd op die wetenschap, want zij weten niet alles. De hocus-pocus aanhangers bedienen zich van zaken die op een hoger, ander niveau bevinden. Let wel: dit zijn hun woorden. Aan de andere kant stappen ze wel even vrolijk in een auto met Tom-Tom of zetten een magnetron aan en gebruiken een smartphone. Allemaal zaken die weer wel volgens de regels der wetenschap werken. Maar men gelooft blijkbaar alleen iets wanneer het in hun eigen straatje past.

Astrologie is typisch een voorbeeld om de simpelen der geest (en tjongejonge, daar stikt het er van) een rad voor ogen te draaien.

Astrologie is per definitie niet te bewijzen, dus ook niet te weerleggen. Astrologie baseert zich op uitspraken als: het kan morgen regenen, of het kan morgen droog zijn. Kortom dit is niet te weerleggen en is altijd correct. Dus die uitspraak zegt niets.

In dezelfde categorie valt: u gaat een interessant persoon ontmoeten, deze week. De emoties kunnen hoog oplopen door een werkconflict. Etc. Etc. Etc.

Mijn reactie moge duidelijk zijn. Waar ligt de waarheid? Net zoals zoveel dingen, volgt ook geloof het pad van de minste weerstand.

 

 

Alles stroomt

Alles stroomt is typisch zo’n uitspraak uit het jaar kruik, waar je als modern mens van denkt: wat hebben we eraan?
Nou. Eigenlijk erg veel. De uitspraak ‘alles stroomt’ komt van het Griekse ‘panta rei’. En dit is een stroming uit de Griekse filosofie. Een andere zeer bekende uitspraak van diezelfde school is ‘ je kunt niet twee keer in dezelfde rivier stappen’.
Klinkt raar nietwaar? Wat bedoelen ze daarmee? Hoezo kan dat niet? Ik loop gewoon naar een rivier, loop er doorheen en morgen doe ik dat nog een keer. En heb meteen bewezen dat dat wel kan.
Aha! Schijn bedriegt. Want het lijkt weliswaar alsof je in hetzelfde water stapt, maar de rivier is allang verder gestroomd. Het zijn niet dezelfde watermoleculen als gisteren. En ook de oever is, hoe onmerkbaar ook, veranderd. Maar niet alleen de rivier is veranderd. Ook jij. Jij bent niet dezelfde persoon als je gisteren was. Alles is in beweging. Alles stroomt.
Er is constante vernieuwing. Dat zie je overal. In de keuken bijvoorbeeld, kookten we vroeger met vuur, toen op gas, en tegenwoordig koken we zelfs met elektriciteit. En dat schijnt niet makkelijk te zijn, koken op stroom. Dan heb je weer andere soorten pannen nodig, en je kunt niet goed zien hoe hoog je spreekwoordelijke vuur staat. Koken op stroom is vooral in nieuwbouwhuizen populair omdat daar eenvoudigweg geen gasaansluiting is. De meest moderne versie van elektrisch koken is het koken door middel van een inductiekookplaat. In plaats van een verwarmingsspiraal of halogeenlamp zit er een elektromagnetisch veld onder de keramische plaat. Wanneer er een pan op de plaat wordt gezet, worden de moleculen in de bodem van de pan door het elektromagnetische veld aan het trillen gebracht en warmt deze op. De pan wordt dus niet indirect (via een warme plaat), maar direct verwarmd.
En dat brengt ons dan meteen op het inductieprobleem. Iets waar we de laatste tijd erg veel last van hebben.
Er zijn twee manieren als we ergens over willen filosoferen: inductief en deductief. Als we inductief gaan denken, dan houdt dat in dat we iets proberen te generaliseren op basis van enkele observaties. Dus we zien over het algemeen alleen zwarte raven en zeggen dan dat alle raven zwart zijn.
We gebruiken inductie eigenlijk constant; door inductie gaan we ervan uit dat de toekomst er net zo uit zal zien als het verleden. Ik heb vroeger heel veel koffie gedronken en dat bleek nooit vergif te zijn. Dus ik mag aannemen dat als ik morgen weer koffie drink, dat ik het weer overleef. Als ik in de regen ging staan, dan werd ik nat, dus ik mag aannemen dat als het morgen regent en ik ga buiten staan, dat ik dan weer nat word.
Het is toch wel opmerkelijk dat we van zulke zaken uitgaan, terwijl inductie eigenlijk een redelijk onbetrouwbaar instrument blijkt te zijn. Het kerstkonijn wordt elke ochtend wakker en denkt dat er geen vuiltje aan de lucht is. Tenslotte is hij elke dag gezond wakker geworden. Tot kerstochtend natuurlijk. Dus het verleden is niet zo’n bruikbare barometer. Maar omdat inductie vroeger dus goed bleek te werken, blijven we zo denken. Lekker vicieus, nietwaar?
Dit geldt ook voor de huidige crisis. De vorige is altijd minder erg dan de huidige. Kijk maar om u heen. En toch nemen we maatregelen om een crisis te voorkomen die net zo erg is als de huidige. Dat gaat dus niet werken! Want de volgende is van een andere (en vermoedelijk grotere) orde.

Het draait allemaal om geld en geld moet rollen is de uitspraak. Aan de andere kant hebben we het wel over een geldkraan. En daar komt toch niks uit rollen? Daar stroomt het uit. Dat is de functie van een kraan, daar komt iets vloeibaars uit. Behalve dan smurfen, want die komen ook uit een waterkraan. Hoewel… ze zeggen zelf dat ze door een waterkraan kunnen. Dus vermoedelijk zwemmen die blauwe ettertjes gewoon tegen de stroom in!
Misschien ook niet, in induceer dit alleen. Want daar ging het over. Zonder inductie zouden we nooit mensen op de maan hebben gekregen (en dankzij mensen op de maan hebben we anti-aanbakpannen die we gebruiken in de keuken om bijvoorbeeld elektrisch mee te koken). Ook de wetenschap is gebaseerd op inductie. Hoewel er natuurlijk altijd de kans is dat de zon morgen niet opkomt, of dat de economie niet groeit, ondanks wat de beursgoeroes ons vertellen. Ook kan de volgende crisis nog harder aankomen dan de vorige, maar dat wisten we niet want we baseerden ons op getallen uit het verleden.
Alles veranderd. Gisteren was niet vandaag. Je kunt niet twee keer dezelfde beursvloer oplopen.

In Roosendaal staat een huis…

hier ergens in de buurt
jaren geleden opgebouwd
veilig, bekend en vertrouwd
stevige fundamenten, maar op een helling

keuzes moeten worden gemaakt
voor goed of kwaad
in gemeenteraad en bij borrelpraat
de lucht is vol met speeches, en andersom

pas op met snelle beslissingen:
ga geen bos neerhalen om daarna
op de stronken, tegenover de massa
te pleiten voor natuurbehoud

niet alles is uit te drukken
in dollars euro’s en centen
of zelfs met de meest krachtige argumenten
dat wat kostbaar is, valt niet uit te leggen

leven is verandering
groei is optioneel
keuzes niet altijd rationeel
beslis verstandig

Verloren liefdeLost love

Er zijn veel dingen die men kan verliezen, maar als er iets is waar we er alleen maar meer van krijgen, dan zijn dat illusies. Die worden er alleen maar meer.
Vooral bij het verliezen van je grote liefde; dan vallen vaak de schellen van de ogen en wordt die roze zonnebril ineens een paar tintjes donkerder.
Bij het einde van een relatie wordt er vaak wanhopig gezocht naar de reden van het stukgaan. En daarin hebben we dan twee varianten. Het eerlijke en het lange antwoord. Enkele voorbeelden vaan eerlijke antwoorden zijn: ik hou niet meer van je. Of: ik heb al een ander. Of: je stinkt uit je mond. Of: ik vind je zus leuker.
Eerlijke antwoorden zijn altijd kort. Lange antwoorden kloppen nooit. Dan heb je zelf meestal ook wel door dat men om de hete brij heen aan het draaien is. Voorbeelden van lange antwoorden zijn: het ligt niet aan jou, het ligt aan mij. Ik heb meer tijd voor mezelf nodig.
Of: ik heb het gevoel dat ik in deze relatie niet kan groeien en iets houdt me tegen. Of: Een vriend van me vertelde me dat stelletjes na verloop van tijd erg op elkaar gaan lijken. Daarom heb ik besloten er een punt achter te zetten, want ik wil er niet uitzien zoals jij.

Dan is het over en uit. Maar hoe lang mag men eigenlijk treuren? Staat daar een tijd voor?
Hoe meten we zoiets? Men zegt wel eens dat men ongeveer de helft van de tijd nodig heeft om over een relatie te komen, als die relatie heeft geduurd.
Dat klinkt verdacht als de halfwaardetijd. En die kennen we wel. De halfwaardetijd is de tijd waarin een radioactieve substantie de helft van haar activiteit verliest; dit is dus de tijd waarin de helft van de atomen zijn uiteengevallen.
Klinkt natuurlijk raar. Hoe weten die atomen nu welke 50 procent uiteenvalt en welke 50 procent blijft bestaan? Dat weten ze niet. Het is gewoon een statistisch nummertje, een gemiddelde.
De halfwaardetijd van 50 eurocent is bijvoorbeeld 10 jaar.
Van een relatie kun je ook niet zeggen dat na de helft van de tijd het verdriet voorbij is. Dat zou wel erg mooi zijn dat men kon zeggen: donderdag aanstaande om kwart over drie ben ik er he-le-maal overheen. Zo werkt dat niet. Gemiddelden en statistieken zijn niet zo makkelijk te gebruiken als het over mensen en al helemaal niet als het over individuen gaat.
Zulke getalletjes zeggen alleen iets als je het over starre objecten gaat hebben. Dus atomen, het aantal verkochte sinaasappelen in Spanje, de uitgeschreven bekeuringen in de zomer van 2011 en de meningen van politici.
Kijken we bijvoorbeeld naar de halfwaardetijd van een plastic fles, dan zit die ongeveer op (en de experts weten het zelf ook niet) tussen de 100 en 1000 jaar. Plastic vergaat natuurlijk nooit, omdat er geen organismen zijn die het opeten, maar op de duur is het plastic zo klein geworden dat het verdwenen is. Aluminium blikjes doen het iets beter. Dat verdwijnt sneller in de natuur. Maar de energie die nodig is om aluminium te maken is schrikbarend.
En hoe lang wordt een plastic fles of een aluminium blikje gebruikt? Tien minuten tot een kwartier. Gemiddeld. En dat is maar een getalletje. Maar die tijd is niets vergeleken met de tijd die dit onnodige afval rondzwerft. Lang nadat wij dood zijn en men ons is vergeten.
Op die manier verlies, nee, verspeel je het recht om deze aarde te mogen erven. Hoeveel hou je nog van de aarde als je onnadenkend doorgaat met blindelings consumeren? Wanneer vallen de schellen van onze ogen? Als te donker wordt om nog goed te kunnen zien?