De zin van het leven

De zin van het leven
of:
Een zin uit het leven


Christus vocht hoog zijn eenzame strijd
Zijn houten kruis wiegend op de kale heuvel
De vlakte beneden oneindig vulde Zijn geest
Spijkers door handen en voeten slechts een hinderlijk euvel
Voor Hij was de Ware Zoon, om zijn aards leven niet bevreesd

In de ras naderende nacht
hield voor hem een Romeins soldaat de wacht
Ach wat, mijmerde Christus, hoe wreed ze als heersers ook mogen zijn
Ze gaven mijn volk toch maar viaducten, riolering en loodvergiftiging
door goedkope wijn

Maar, bedacht de Ware Zoon, met een licht onrustig gevoel
wat we vooral niet mogen vergeten
(ik denk dat ze zelf wel weten wat ik bedoel)
is dat ze van eenvoudig spijkers inslaan nog geen kaas hebben gegeten

Hij voelt zijn polsen met schokjes los schuren
Zelfs Zijn macht kan niet meer baten
Op dit tempo kan een val niet lang meer duren
“Mijn God,” roep hij in paniek
“Waarom hebt Gij Mij verlaten!?”

“Laat mijn aanwezigheid hier geen constante neergang zijn”
“Zelfs Mijn laatste avondmaal was slechts droog brood en dubieuze wijn!”
Een windvlaag treft hem in de rug
Hij wappert met Zijn armen, maar er is geen weg meer terug
Christus tuimelt in de nacht
De menigte gilt, hier hebben ze op gewacht

Met een dreun klapt hij op de grond
Ten lange leste heft hij zijn zere hoofd uit het stof.
Voor iemand kan reageren opent hij zijn mond:
“Mijn God, is dit nu vrijheid?”

De zin van het leven
of:
Een zin uit het leven


Christus vocht hoog zijn eenzame strijd
Zijn houten kruis wiegend op de kale heuvel
De vlakte beneden oneindig vulde Zijn geest
Spijkers door handen en voeten slechts een hinderlijk euvel
Voor Hij was de Ware Zoon, om zijn aards leven niet bevreesd

In de ras naderende nacht
hield voor hem een Romeins soldaat de wacht
Ach wat, mijmerde Christus, hoe wreed ze als heersers ook mogen zijn
Ze gaven mijn volk toch maar viaducten, riolering en loodvergiftiging
door goedkope wijn

Maar, bedacht de Ware Zoon, met een licht onrustig gevoel
wat we vooral niet mogen vergeten
(ik denk dat ze zelf wel weten wat ik bedoel)
is dat ze van eenvoudig spijkers inslaan nog geen kaas hebben gegeten

Hij voelt zijn polsen met schokjes los schuren
Zelfs Zijn macht kan niet meer baten
Op dit tempo kan een val niet lang meer duren
“Mijn God,” roep hij in paniek
“Waarom hebt Gij Mij verlaten!?”

“Laat mijn aanwezigheid hier geen constante neergang zijn”
“Zelfs Mijn laatste avondmaal was slechts droog brood en dubieuze wijn!”
Een windvlaag treft hem in de rug
Hij wappert met Zijn armen, maar er is geen weg meer terug
Christus tuimelt in de nacht
De menigte gilt, hier hebben ze op gewacht

Met een dreun klapt hij op de grond
Ten lange leste heft hij zijn zere hoofd uit het stof.
Voor iemand kan reageren opent hij zijn mond:
“Mijn God, is dit nu vrijheid?”