Fusies in de zorg: laten we samen dansen

 

De laatste jaren heeft het fusie-monster ook eindelijk zijn klauwen gezet in de zorg. En dat werd hoog tijd. Immers, zijn fusies in het verleden niet altijd doorslaande successen geweest? Het antwoord daarop kan zeer kort zijn: nee.
Een enorme berg wetenschappelijk onderzoek toont aan dat fusies geen waarde voor het bedrijf toevoegen. Waarom men dat nog steeds zo voortvarend is in het samensmelten van bedrijven is –op dat punt- dan een redelijk raadsel.
Wat ik hieronder schets is niets nieuws. De stellingen zijn al meer dan dertig jaar bekend en uitvoerig beschreven. Bestuurders in de zorg lijken of niet te kunnen lezen, of niet te willen lezen (waarbij het tweede automatisch voortvloeit uit het eerste).
Laten we eerst eens kijken wat de redenen zijn om zorginstellingen te laten fuseren. De meest gehoorde redenen zijn het samenwerken om kosten te besparen en het versterken van de marktpositie en er worden meer kwaliteits- en volumenormen gesteld.
Vooral dit laatste wordt te pas (en helaas) te onpas aangedragen voor een fusie: van buitenaf worden aan de zorginstellingen zaken opgedrongen waardoor men niet anders kan dan rigoreuze maatregelen nemen.
Feitelijk is dit het omdraaien van het probleem. Laten we hiervoor een passende metafoor nemen; een medisch specialist behandelt geen gezonde mensen. Als echter iemand ziek wordt door zijn omgeving dan zal geen arts hem pillen danwel therapieen voorschrijven en tegelijkertijd die persoon in die (zieke) omgeving laten werken. Nee, wat de juiste oplossing is, is om de persoon uit zijn omgeving te halen. Dat scheelt nodeloze interventie.
Zo ook met een zorginstelling. Er worden voorwaarden geschapen waarmee men gedwongen wordt interventies te doen waarvan het nut en effect niet  is bewezen. Dan lijkt het een meer logische beslissing om die voorwaarden te veranderen waardoor risicovolle besluiten uit de weg gegaan kunnen worden. Indien de ‘markt’ echter bepaalde voorwaarden gaat stellen, dan kunnen zorginstellingen niets anders doen dan daarin meegaan. Besluiten die genomen worden omdat het-nu-eenmaal-niet-anders-kan, zijn erg gevoelig voor fouten.
Als oplossing voor de voorwaarden die de markt schept wordt vaak het woord ‘schaalvergroting’ in de mond genomen. En dat zouden we minder moeten doen. In tijden van recessie en crisis is het geen goed idee om groot te willen zijn of te worden. Men zou denken dat een bedrijf na een fusie groter, en dus krachtiger en slagvaardiger zou moeten zijn en efficienter (bijvoorbeeld door facilitaire diensten te delen).
Keer op keer blijkt dit niet het geval. In 1978 is de zgn. hybris-theorie[1] opgesteld die heeft vastgesteld dat bestuurders die besluiten te gaan fuseren volstrekt irrationeel handelen. Nu is de mens (en sommige bestuurders vallen daar ook onder) verre van een rationeel wezen, dus dit hoeft niet per se als een verassing te komen. Bestuurders zijn blind voor de negatieve economische effecten van fusies. Om het nog een keer simpel te stellen: gezien de historische data brengen fusies in het beste(!) geval geen voordelen met zich mee.
Grootte is in tijden van crisis eerder een handicap dan een voordeel. Vergelijk het met een fiets of met een vrachtwagen. Als beide op hun eigen topsnelheid tegen een muur aanrijden, dan is de schade aan de vrachtwagen (en inzittenden) vele malen groter dan bij de fiets.
De waarheid ligt, zoals altijd, in het midden. Of de stelling klopt dat fusies alleen maar voordelen voor de patient en de zorg in het algemeen met zich meebrengen, of dat fusies in de zorg een zinkend schip blijkt te zijn (inclusief orkestje dat door blijft spelen) is alleen van belang als men naar de uitkomsten gaat kijken van de beslissing welke stelling uit te voeren.
Mijn stelling is om niet het fusie traject in te gaan. Niet omdat dit geen voordelen zou kunnen bieden, maar juist omdat het risico te groot is dat het geen voordelen biedt. Het verlies wordt daardoor klein gehouden. In het andere geval zijn de risico’s groot, maar de voordelen nogal hypothetisch.
Grote besluiten zouden genomen moeten worden op basis van gedegen onderzoek en emperische gegevens. Niet omdat men graag danst op zijn eigen muziek.

 

 

[1] Roll (1978, 1986), Cartweight, Schoenberg (2006), Malmendier, Tate (2005), Taleb (2012)