Over relaties, deel 1

Kom. Kom eens gezelig bij me zitten en laat me iets vertellen over datgene wat het overgrote deel van de denkende mensheid bezighoudt: relaties. En wat een spectrum beslaat dit onderwerp. We kunnen het hebben over relaties waar we alleen maar van kunnen dromen, over de relatie die we hebben, de relaties die we hebben gehad en degene die er hopelijk aan zitten te komen.
Maar vandaag, nu, samen met jou wil ik het hebben over relaties die er niet meer zijn. Ze zijn voorbij. Klaar. Beeindigd. Finito. Kaputt.
Hoe het komt dat het tussen jou en je partner niet meer ging, is even niet van belang. Misschien voor een volgende keer, maar waar ik nu even een paar honderd woorden aan wil weiden is hoe jij nu tegen die ander aankijkt.
Ik hoop natuurlijk dat jullie als vrienden uit elkaar zijn gegaan. En dat kan. Echt waar! Knijp in je handjes als het gebeurd is, maak een dankgebedje met je blote knietjes op de koude grond, want dan gaat dit niet over jou. Dan heb je het goed voor elkaar. Chapeau en drink er nog een van mij
Nee. We gaan het hier hebben over de relaties die ietwat minder vrolijk zijn geeindigd en waar de verhoudingen (meestal op zijn zachtst gezegd) nogal bekoeld zijn.
Is dat nu niet raar? Iemand waarvan je hebt gehouden, waar je lieve woordjes tegen hebt gesproken. Die je urenlang in zijn of haar ogen kon kijken. Degene die even jouw centrum van je universum was, is ineens van hun voetstuk gevallen. Weg met het lieve, het charmante, het aardige, het grappige, het mooie, het er-bestaat-er-maar-een-van-jou gevoel. Weg met de liefde.
Is dit ook zo? Is dit alles echt weg, of wil je het niet meer zien? Sterker zelfs: kan je het niet meer zien?
Want wat is in die ander dan veranderd?
Laat ik een (uitgebreid) voorbeeld nemen:
Stel je vliegt ergens op een kilometer of 800 boven Nederland. En degene die jou daar zo hoog heeft gekregen heeft jou de opdracht gegeven de kust van Nederland op te meten. Jij doet wat je gevraagd wordt en met een lineaal en een passer en een goed getraind oog meet jij de hele kust na. Je telt alles op en je weet hoe lang die is.
Fantastisch.
Stel nu eens voor dat ze je daarna in een luchtballon zetten. Met dezelfde opdracht: meet de kust van Nederland. Nou, dat duurt stukken langer, want je ziet ineens veel meer inhammen en kreekjes en variatie in het landschap. Maar jij zet door en de wind staat goed en uiteindelijk heb je dan toch de lengte van de kust van Nederland.
Super.
En dan zetten ze je met je blote voetjes in het zilte zand. En de opdracht is hetzelfde: meet de kust van Nederland op. Nounou, tjongejonge. Dat is me een werk. Tot welk niveau moet je gaan? Elke zandkorrel opmeten, of langs de vloedlijn? En kijk eens hoe grillig die kust is! Maar je houdt vol en na een paar weken heb je dan eindelijk die ^@%$!^* lengte van de kust van Nederland.
Dolletjes.
En dan ga je het vergelijken. En je ziet al meteen dat er niets van klopt. De lengte van de kust van Nederland is drie keer anders (en wordt steeds groter, maar dit terzijde). Hoe kan dit? Je hebt toch goed gemeten. Maar logica dicteert dat de kust niet is veranderd. Het enige wat veranderd is, is de manier waarop jij daar tegen aan keek.
En dan zijn we eindelijk waar ik wil zijn. Die ander is echt niet veranderd. Qua gedrag wel. Maar de essentie van die ander is niet veranderd. Jij kijkt er anders tegen aan. Die ander is nog steeds lief, charmant, aardig, grappig en mooi. En er bestaat nog steeds maar een iemand die precies zo is. Alleen jij ziet het niet meer. En die ander wil het niet meer aan jou laten zien.
Je hebt gehouden en liefgehad en dat gaat nooit meer weg. En het is erg wat er is gebeurd, maar voor het universum, het grote geheel der dingen, was dit maar gewoon een gebeurtenis. En die heeft jou geraakt. Maar wie die ander is (en ook wie jij bent) is onveranderlijk. Ja, wijzer geworden. Weer wat geleerd, maar dat is ook onze plaats in het grotere geheel. Leven en daardoor leren.
Nee, ook ik heb nog wel eens een hekel aan die ander en soms heb ik zin om tegen iemand te schreeuwen. Maar als ik even die knop om kan zetten en me bedenk dat die ander net zo op zoek is naar liefde en geluk en dat op hun eigen manier doen, dan vind ik rust.
Want ik heb van die ander gehouden en ergens, soms erg diep verscholen, zit nog die vonk van liefde. En dat is de vonk die je mens maakt. En dat is wat je moet koesteren.
Hou het positieve vast. Negeer het negatieve, want dat is veel te gemakkelijk te zien.

Kom. Kom eens gezelig bij me zitten en laat me iets vertellen over datgene wat het overgrote deel van de denkende mensheid bezighoudt: relaties. En wat een spectrum beslaat dit onderwerp. We kunnen het hebben over relaties waar we alleen maar van kunnen dromen, over de relatie die we hebben, de relaties die we hebben gehad en degene die er hopelijk aan zitten te komen.
Maar vandaag, nu, samen met jou wil ik het hebben over relaties die er niet meer zijn. Ze zijn voorbij. Klaar. Beeindigd. Finito. Kaputt.
Hoe het komt dat het tussen jou en je partner niet meer ging, is even niet van belang. Misschien voor een volgende keer, maar waar ik nu even een paar honderd woorden aan wil weiden is hoe jij nu tegen die ander aankijkt.
Ik hoop natuurlijk dat jullie als vrienden uit elkaar zijn gegaan. En dat kan. Echt waar! Knijp in je handjes als het gebeurd is, maak een dankgebedje met je blote knietjes op de koude grond, want dan gaat dit niet over jou. Dan heb je het goed voor elkaar. Chapeau en drink er nog een van mij
Nee. We gaan het hier hebben over de relaties die ietwat minder vrolijk zijn geeindigd en waar de verhoudingen (meestal op zijn zachtst gezegd) nogal bekoeld zijn.
Is dat nu niet raar? Iemand waarvan je hebt gehouden, waar je lieve woordjes tegen hebt gesproken. Die je urenlang in zijn of haar ogen kon kijken. Degene die even jouw centrum van je universum was, is ineens van hun voetstuk gevallen. Weg met het lieve, het charmante, het aardige, het grappige, het mooie, het er-bestaat-er-maar-een-van-jou gevoel. Weg met de liefde.
Is dit ook zo? Is dit alles echt weg, of wil je het niet meer zien? Sterker zelfs: kan je het niet meer zien?
Want wat is in die ander dan veranderd?
Laat ik een (uitgebreid) voorbeeld nemen:
Stel je vliegt ergens op een kilometer of 800 boven Nederland. En degene die jou daar zo hoog heeft gekregen heeft jou de opdracht gegeven de kust van Nederland op te meten. Jij doet wat je gevraagd wordt en met een lineaal en een passer en een goed getraind oog meet jij de hele kust na. Je telt alles op en je weet hoe lang die is.
Fantastisch.
Stel nu eens voor dat ze je daarna in een luchtballon zetten. Met dezelfde opdracht: meet de kust van Nederland. Nou, dat duurt stukken langer, want je ziet ineens veel meer inhammen en kreekjes en variatie in het landschap. Maar jij zet door en de wind staat goed en uiteindelijk heb je dan toch de lengte van de kust van Nederland.
Super.
En dan zetten ze je met je blote voetjes in het zilte zand. En de opdracht is hetzelfde: meet de kust van Nederland op. Nounou, tjongejonge. Dat is me een werk. Tot welk niveau moet je gaan? Elke zandkorrel opmeten, of langs de vloedlijn? En kijk eens hoe grillig die kust is! Maar je houdt vol en na een paar weken heb je dan eindelijk die ^@%$!^* lengte van de kust van Nederland.
Dolletjes.
En dan ga je het vergelijken. En je ziet al meteen dat er niets van klopt. De lengte van de kust van Nederland is drie keer anders (en wordt steeds groter, maar dit terzijde). Hoe kan dit? Je hebt toch goed gemeten. Maar logica dicteert dat de kust niet is veranderd. Het enige wat veranderd is, is de manier waarop jij daar tegen aan keek.
En dan zijn we eindelijk waar ik wil zijn. Die ander is echt niet veranderd. Qua gedrag wel. Maar de essentie van die ander is niet veranderd. Jij kijkt er anders tegen aan. Die ander is nog steeds lief, charmant, aardig, grappig en mooi. En er bestaat nog steeds maar een iemand die precies zo is. Alleen jij ziet het niet meer. En die ander wil het niet meer aan jou laten zien.
Je hebt gehouden en liefgehad en dat gaat nooit meer weg. En het is erg wat er is gebeurd, maar voor het universum, het grote geheel der dingen, was dit maar gewoon een gebeurtenis. En die heeft jou geraakt. Maar wie die ander is (en ook wie jij bent) is onveranderlijk. Ja, wijzer geworden. Weer wat geleerd, maar dat is ook onze plaats in het grotere geheel. Leven en daardoor leren.
Nee, ook ik heb nog wel eens een hekel aan die ander en soms heb ik zin om tegen iemand te schreeuwen. Maar als ik even die knop om kan zetten en me bedenk dat die ander net zo op zoek is naar liefde en geluk en dat op hun eigen manier doen, dan vind ik rust.
Want ik heb van die ander gehouden en ergens, soms erg diep verscholen, zit nog die vonk van liefde. En dat is de vonk die je mens maakt. En dat is wat je moet koesteren.
Hou het positieve vast. Negeer het negatieve, want dat is veel te gemakkelijk te zien.