Tag Archive for column

Verkiezing nieuwe stadsdichter in Roosendaal

Als men tegenwoordig over het Tongerloplein loopt, dan zal het niemand kunnen ontgaan dat zich daar een hele metamorfose heeft afgespeeld. Nieuwe stenen, nieuwe trappen en een zee van hip licht. Een beetje van dat hippe licht toont de slogan van onze stad: “Beleef het in Roosendaal”.

In Roosendaal schijnt er van alles...

Tongerloplein met nieuwe lichtjes

Dan ga ik me toch een aantal dingen afvragen als ik zoiets lees. Wie heeft dat bijvoorbeeld verzonnen? In ieder geval niet de Stadsdichter. En da’s jammer. Die zou er toch voor zulke dingen moeten zijn. Dan zal het wel van een bureau komen die grossieren in slagzinnen voor gemeenten. De vraag die daarop dan volgt is: zou een dergelijk bureau nu duurder of goedkoper zijn dan de gage die de Stadsdichter voor zijn werk krijgt?

Welnu, niet gedraald en dit natuurlijk meteen aan de burgemeester gevraagd. Met een kneepje in onze arm en een dikke knipoog deelde hij ons mede dat zo’n bureau toch wel iets duurder was dan de Stadsdichter. En of we nog een rondje van hem wilden?

Oh ja, iets duurder zegt de man. Dat is hetzelfde als beweren dat een pot pindakaas iets kleiner is dan een voetbalstadion.

Klopt helemaal, niks aan gelogen, maar we zijn nog niks wijzer zo.

Nu ik het dan toch over voetbalstadia heb, we hebben er een slogan bij, maar een stadion minder. Want RBC is vertrokken uit de stad. En we hebben er een zee van licht bij, maar Philips gaat vertrekken uit de stad. Dat ik dat nog beleven mag zeg!

Laten we dan ook niet onvermeld laten dat we als spoorstad helemaal voorbij zijn gestreefd door Breda. Wel eens gezien wat die gasten allemaal aan infrastructuur aan het optuigen zijn? Alsof we dat in Roosendaal niet konden. Waar ging het mis?

Ik weet dat het voor de Roosendaalse ambtenaren verplicht is om de werken van Machiavelli onder het hoofdkussen te hebben. Dat moeten ze in Breda ook, maar blijkbaar hebben ze het beter gelezen en begrepen.

Maar wacht even. Wat ben ik nu aan het doen? Ik ben helemaal tegen de mantra van het moment in aan het gaan. Welke mantra van de maand vraagt u zich af?

Nou, degene die zegt dat we niet zo negatief meer mogen doen over Roosendaal. D’n dieje. Klinkt die bekend?

Wel mooi toch? Iedereen die een tegengeluid laat horen (en die niet in jouw agenda past) monddood maken door te zeggen dat men negatief is. Slim.

Dus als er in het Stadskantoor een scheet wordt gelaten dan moeten wij maar roepen dat het naar madeliefjes ruikt? Ik dacht het niet.

Een scheet is een scheet en als die stinkt (wat vaak het geval is) dan moet je er iets van zeggen. Het is natuurlijk mooier als je ook nog een oplossing weet te bedenken of een alternatief (luchtverfrisser, raampje open, lucifer aansteken, etc etc. Maar deze metafoor gaat hiermee ver genoeg).

Dus als alternatief zou ik zeggen: opdoeken die slogan. Ooit wel eens jezelf proberen te vatten in één zin? Niet echt denderend gelukt, neem ik aan. Maar een stad met meer dan 70.000 individuen kan dan wel in zin gepakt worden? Word toch eens volwassen zeg.

En we hebben al een mooie slogan. Op de kleinere weggetjes, als je Roosendaal binnenkomt, staat onder sommige borden heel eenvoudig het woord ‘Welkom’. Nou. Is dat nu geen mooi motto voor onze stad? Simpeler kan niet, en het hangt al overal. Kost dus niks.

Want met alles wat verdwijnt uit Roosendaal lopen we natuurlijk groot gevaar dat we lekker gaan zitten indutten achter onze opgetrokken muren van gezapigheid.

Wellicht dat ze dat ook in het achterhoofd hadden bij de renovatie van het Tongerloplein.

Ze zetten die grote lichtmast daar weg die ook nog allerlei lichtjes op de grond projecteert. Het lijkt wel een landingsbaan. Dus in navolging van Seppe krijgen we dan Tongerloplein International Airport.

Nu geduldig wachten tot de eerste vlieglading terroristen aankomt en dan zullen we echt eens wat beleven in Roosendaal.

DecemberDecember

Ondanks dat de films steeds mooier worden, en de technische foefjes hiervan steeds indrukwekkender (3D, 4D en nu zelfs met reuk!) blijft het geschreven woord onveranderd populair. Boekverkopen stijgen nog steeds evenals het lezerspubliek. Nee, lezen zal de eerste tijd niet verdwijnen. Terwijl er onderdelen van dat lezen weer wel verdwijnen. Er komen elk jaar woorden bij, maar er verdwijnen er ook een heleboel. In onbruik geraakt. Te ouderwets. Niet meer van deze tijd.

Wie heeft de laatste tijd nog wel eens het woord ‘valies’ gebruikt? Of ‘souffleur’ (niets voorzeggen a.u.b.!). Of wat te denken van ‘pooier’, dat hoor je tegenwoordig bijna nooit meer. Nee, nu is het ineens ‘manager’ geworden. Tjonge, wat politiek correct! Laten we toch gewoon het beestje bij de naam noemen. Een pooier is gewoon een pooier. Klaar uit. Of het nu een bankdirecteurpooier is, een aandelhouderpooier of een ministerpooier. We weten toch precies wat we daarmee bedoelen?

En dan nog zo’n mooi woord: ‘commissie’. Er is een commissie van dit en een commissie over dat. Het zijn gewoon pooiervergaderingen. Da’s toch veel duidelijker. Van die vergaderingen die je ook had in die film De Godverse Vader. Of zoiets.
En een belangrijke dingen die er worden besloten in dat soort zittingen. Staan ze met z’n allen te scharmaaien en te parlevinken en nog meer van die in onbruik geraakte termen. Laat mij een voorbeeld geven: de pooiers van de Oude Markt, hier te Roosendaal, hadden ook ineens een slim idee. Laten we iets doen op de Oude Markt in verband met de feestdagen. Weet je wat? We zetten een ijsbaan weg.
Een ijsbaan vraag ik u!? Het lijkt wel een enorme viskraam. Wat een gedrocht, wat een aanslag op de goede smaak. Waar andere steden een gezellige openlucht ijsbaan creëren komen de plaatselijke souteneurs met dit op de proppen. Waar zaten ze eigenlijk aan te denken, toen ze een dergelijke wanstaltige witte tompouce bestelden?

Worst is de naam. Hans Worst.

Kleine ijsbaan op de Oude Markt

Maar we weten het wel; met zo’n overdekt geval kan er nog geld verdiend worden, met allerlei nevenactiviteiten. Voor de pooiers geldt niet de gezelligheid, het gaat vooral om de daad!
Het zou mij volstrekt niet verbazen, dat voor Oud- en Nieuw ineens rode lampjes achter die wapperende plastic raampjes worden gehangen. Een gezellige, ouderwetse sfeer, als u begrijpt wat ik bedoel. Want ja, het blijft crisis nietwaar? En zo verdienen we toch nog iets bij.
Sommige dingen raken blijkbaar nooit uit de mode.

Liefde en lust in ons leven

Waar hebben we het eigenlijk over als we het over lust en liefde ons leven willen hebben? Waar gaat het over? Men kan een beschrijving proberen te geven. En dan zeggen dat men opgegroeid is in een liefdevolle omgeving. Opgroeien in een lustvolle omgeving echter, is dan weer stukken moeilijker. Ja, je kunt dan denken aan iemand die is opgegroeid in een bordeel. Of van jongs af aan betrokken is geweest bij de rooms-katholieke kerk.
Als je dan verder denkt, dan kun je zeggen dat iemand liefde voor God kent. Maar lust voor God? Die is moeilijk te plaatsen. Je hebt dan weer wel lust naar geld en macht. Dat dan weer wel.
En staan lust en liefde dan zover uit elkaar, of hebben we het over hetzelfde, maar dan in een andere vorm?
Er is in ieder geval altijd sprake van minimaal twee partijen: iemand waarvoor de liefde of de lust is bedoeld, en iemand van waaruit de liefde of de lust ontspringt. En dan wordt er meteen iets raars duidelijk. Vaak moet juist het object van de lust (zeg maar: het slachtoffer) zich aanpassen, in plaats van andersom. Een voorbeeld kan dit duidelijk maken: in moslimlanden moeten veel vrouwen gesluierd rondlopen omdat anders de mannen (daar waar de lust ontspringt) zich niet in kunnen houden. Wiens probleem is het dan eigenlijk?
Maar hetzelfde geldt voor ons zogenaamd verlichte Westen. Hier is ongeveer wel geaccepteerd dat de vrouw aan de pil gaat om allerlei ongewenste bijverschijnsel van het fenomeen lust te voorkomen. Maar het is toch veel makkelijker om dat bij de man weg te leggen? Het is toch veel verstandiger om te zorgen dat je met een ongeladen pistool schiet, dan dat je gaat lopen vuren op een kogelvrij vest?
Waar het op neer komt is dat het erg moeilijk praten is over zaken als liefde en lust. Want die zijn niet hetzelfde als zwaartekracht, of lichtsnelheid of allerlei andere dingen die we kunnen meten. Want hoe meet je verliefdheid? Is dat het aantal vlinders in je buik? En lust dan? Praten we dan over de hoeveel milliliters geproduceerd lichaamsvocht?
Welnu, voor dergelijke zaken hebben ze een naam. En dit zou geen blog over taal zijn, als ik jullie daar niet mee kunnen vervelen. Want ik strooi met woorden dat het een lieve lust is.
We noemen zulke zaken: qualia. Dat zijn waarnemingen die alleen maar in de geest plaatsvinden. Die kunnen we wel beschrijven, maar die kan een ander nooit ervaren.
Als ik naar een rode aardbei kijk, dan kan ik nooit er zeker van zijn of het rood dat ik zie, ook het rood bij jou is. Misschien zie jij wel groen, maar je hebt geleerd dat het rood heet.
Als je dit weer toepast op de begrippen lust en liefde dan zul je begrijpen dat dit volstrekt subjectieve ervaringen zijn. We geven de dingetjes een naam en gaan ervan uit dat het door iedereen gedeeld en dus ook begrepen wordt. Maar de liefde van de een kan de lust van een ander zijn. Maar liefde en lust bestaat niet in de externe wereld. Het bestaat alleen in ons.
Waar maken we ons dan druk om? Eigenlijk gaat het hele verhaal over het verschil tussen kennis die je krijgt door iets te beschrijven of kennis die je krijgt door directe ervaring.
Graag wil ik afsluiten door een paar zaken te noemen die ik wel kan beschrijven, maar nooit zelf heb mogen ervaren dat het ook bestaat:
Eerlijke bankdirecteuren, een koningshuis dat belasting betaalt, politici die weten wat onder de bevolking leeft, ambtenaren met visie, een hogesnelheidstrein tussen Parijs en Amsterdam, een ontslagen ziekenhuispatient zonder hoge rekening, een winkelcentrum zonder Blokker, Hema, Free Record Shop en H&M eenheidsworst,een stress-vrije docent, hondenpoep vrije stoepen, films op tv die niet worden onderbroken door reclame, een tevreden klant van KPN.
Ik denk dat het beeld wel helder is in uw hoofd…

“ Ik heb geen stress!”, schreeuwde hij nonchalant

Een van de meest interessante vragen blijft toch wel of de kennis die we ooit op school, in een leslokaal, hebben opgedaan ook echt bruikbaar is in het echte leven. Of dat sommige zaken die we geleerd hebben ooit nog nuttig blijken te zijn.

Natuurlijk heb je zaken die puur praktisch zijn (auto’s besturen, een muurtje metselen of een wankel tafeltje rechtzetten) en puur filosofische, of academische zaken (vragen over leven en dood, het succes van de Harry Potter-reeks en lokale politiek).

Dan ga je je toch afvragen dat als je zoveel zaken hebt geleerd die eigenlijk helemaal niet nuttig bleken te zijn in het echte leven, jij dan toch ook niet de enige kan zijn? Bereidt het onderwijs ons wel genoeg voor op problemen die nooit behandeld zijn in een klaslokaal? Ach ja, men kan de schouders ophalen en denken dat er altijd wel experts zijn die weten waar ze mee bezig zijn. En dat vind ik dan weer een verontrustende gedachte. Wat als iedereen dat nu denkt? Inclusief de zogenaamde experts? Dan krijg je zo’n typische cirkel van vertrouwen: persoon A denkt dat persoon B het wel weet. Persoon B denkt dat persoon C het weet. En persoon C denkt dan dat persoon A alles onder controle heeft. Vervang gerust de personen door overheden, banken, ministers en psychologen.

Soms hoor je de experts verklaringen geven (meestal in het openbaar en dat maakt het dubbel zo erg) van gebeurtenissen die ze zelf niet voorspeld hadden en zelf niet hadden zien aankomen. Jawel, dan denken we natuurlijk aan de kredietcrisis. En ja, verklaringen genoeg. Maar allemaal achteraf.

Logisch ook, want zulke ernstige zaken zijn erg moeilijk te voorspellen. Net zoals elke crisis overigens. Ook in je persoonlijke leven. Een relatie die wordt verbroken, een auto ongeluk, of een serveerster die hete koffie in je schoot morst. Allemaal onverwachts, maar achteraf goed verklaarbaar.

Niks is 100% te voorspellen, maar het wordt makkelijker als iets al vaker is opgetreden. Hoe vaker iets in het verleden heeft plaatsgevonden, hoe meer informatie je hebt om een uitspraak te kunnen doen over wanneer het nog een keer zou kunnen gebeuren. Dat wil dus niet zeggen dat je, als je maar genoeg informatie hebt, kunt roepen dat het komende voetbalseizoen nog voorspelbaarder is dan het vorige.

En dan kom ik toch weer terug op de kredietcrisis. Waarom denken we dat het volgende keer niet meer gaat gebeuren? Simpel, omdat we ons baseren op de ervaringen uit het verleden. Daarom hebben de banken een stresstest opgericht. Deze geeft aan hoe sterk een bank zou staan als er weer een crisis optreedt.

Ja, ja.

En ze baseren zich dan ook op gegevens uit het verleden. Wat denken ze wel niet, die financiële experts? Als ze dezelfde stresstest hadden gedaan vlak voor de crisis, dan waren ze er allemaal florissant uitgekomen. Waarom? Omdat we nog nooit eerder een dergelijke financiële dip hadden meegemaakt! Dus waren we niet voorbereid en hadden we ook geen voorspelling kunnen doen. Of, zoals de experts het graag zeggen: de financiële modellen van persoon A, B of C klopten niet.

Een crisis zoals we net hebben gehad en waar we nu nog onze wonden van aan het likken zijn, is zo gigantisch zeldzaam dat we ze gewoonweg niet in kunnen schatten. Of te wel: hoe zeldzamer een gebeurtenis, hoe groter de fout die we maken bij inschattingen.

Na het bijna-faillisement van Griekenland gaan de banken de overheden meehelpen om te zorgen dat andere landen niet meer zo in de problemen kunnen komen. Weer iets wat nog nooit is gedaan, en waar dus niks over te zeggen valt wat daar de consequenties van zullen zijn.

Het is niet erg om grote risico’s te nemen op momenten waar de gevolgen niet groot zijn. Maar op andere momenten is voorzichtigheid geboden. En luister dan niet naar experts, maar naar je eigen gevoel en verstand. Dat zou je in de liefde toch ook doen? Of bij het bestellen van gloeiend hete koffie?

Een van de meest interessante vragen blijft toch wel of de kennis die we ooit op school, in een leslokaal, hebben opgedaan ook echt bruikbaar is in het echte leven. Of dat sommige zaken die we geleerd hebben ooit nog nuttig blijken te zijn.

Natuurlijk heb je zaken die puur praktisch zijn (auto’s besturen, een muurtje metselen of een wankel tafeltje rechtzetten) en puur filosofische, of academische zaken (vragen over leven en dood, het succes van de Harry Potter-reeks en lokale politiek).

Dan ga je je toch afvragen dat als je zoveel zaken hebt geleerd die eigenlijk helemaal niet nuttig bleken te zijn in het echte leven, jij dan toch ook niet de enige kan zijn? Bereidt het onderwijs ons wel genoeg voor op problemen die nooit behandeld zijn in een klaslokaal? Ach ja, men kan de schouders ophalen en denken dat er altijd wel experts zijn die weten waar ze mee bezig zijn. En dat vind ik dan weer een verontrustende gedachte. Wat als iedereen dat nu denkt? Inclusief de zogenaamde experts? Dan krijg je zo’n typische cirkel van vertrouwen: persoon A denkt dat persoon B het wel weet. Persoon B denkt dat persoon C het weet. En persoon C denkt dan dat persoon A alles onder controle heeft. Vervang gerust de personen door overheden, banken, ministers en psychologen.

Soms hoor je de experts verklaringen geven (meestal in het openbaar en dat maakt het dubbel zo erg) van gebeurtenissen die ze zelf niet voorspeld hadden en zelf niet hadden zien aankomen. Jawel, dan denken we natuurlijk aan de kredietcrisis. En ja, verklaringen genoeg. Maar allemaal achteraf.

Logisch ook, want zulke ernstige zaken zijn erg moeilijk te voorspellen. Net zoals elke crisis overigens. Ook in je persoonlijke leven. Een relatie die wordt verbroken, een auto ongeluk, of een serveerster die hete koffie in je schoot morst. Allemaal onverwachts, maar achteraf goed verklaarbaar.

Niks is 100% te voorspellen, maar het wordt makkelijker als iets al vaker is opgetreden. Hoe vaker iets in het verleden heeft plaatsgevonden, hoe meer informatie je hebt om een uitspraak te kunnen doen over wanneer het nog een keer zou kunnen gebeuren. Dat wil dus niet zeggen dat je, als je maar genoeg informatie hebt, kunt roepen dat het komende voetbalseizoen nog voorspelbaarder is dan het vorige.

En dan kom ik toch weer terug op de kredietcrisis. Waarom denken we dat het volgende keer niet meer gaat gebeuren? Simpel, omdat we ons baseren op de ervaringen uit het verleden. Daarom hebben de banken een stresstest opgericht. Deze geeft aan hoe sterk een bank zou staan als er weer een crisis optreedt.

Ja, ja.

En ze baseren zich dan ook op gegevens uit het verleden. Wat denken ze wel niet, die financiële experts? Als ze dezelfde stresstest hadden gedaan vlak voor de crisis, dan waren ze er allemaal florissant uitgekomen. Waarom? Omdat we nog nooit eerder een dergelijke financiële dip hadden meegemaakt! Dus waren we niet voorbereid en hadden we ook geen voorspelling kunnen doen. Of, zoals de experts het graag zeggen: de financiële modellen van persoon A, B of C klopten niet.

Een crisis zoals we net hebben gehad en waar we nu nog onze wonden van aan het likken zijn, is zo gigantisch zeldzaam dat we ze gewoonweg niet in kunnen schatten. Of te wel: hoe zeldzamer een gebeurtenis, hoe groter de fout die we maken bij inschattingen.

Na het bijna-faillisement van Griekenland gaan de banken de overheden meehelpen om te zorgen dat andere landen niet meer zo in de problemen kunnen komen. Weer iets wat nog nooit is gedaan, en waar dus niks over te zeggen valt wat daar de consequenties van zullen zijn.

Het is niet erg om grote risico’s te nemen op momenten waar de gevolgen niet groot zijn. Maar op andere momenten is voorzichtigheid geboden. En luister dan niet naar experts, maar naar je eigen gevoel en verstand. Dat zou je in de liefde toch ook doen? Of bij het bestellen van gloeiend hete koffie?

Over diëten, langzaam naar je werk lopen en het nut van stress op zondagochtend

Je kunt het zo gek niet noemen, of we hebben het in overvloed: eten, vrije tijd, elektronische snufjes, stress en social media (waarbij het een onvermijdelijk voortvloeit uit het ander).

Eigenlijk is het helemaal niet zo gezond om alleen maar overvloed te hebben. Daar zijn we helemaal niet op gebouwd. Niet geestelijk, maar ook niet lichamelijk.

Neem nu het menselijk lichaam. Omdat wij toch redelijk aan de top van de voedselketen staan (alleen bankiers en grootaandeelhouders staan nog boven ons) is het onvermijdelijk dat er perioden van schaarste en perioden van overvloed zijn. Deze wisselen elkaar af. De ene keer zijn er te weinig prooidieren en de andere keer (voor de vegetariërs) is de oogst mislukt. We zijn er dus, evolutionair, op gebouwd dat we met overvloed en met honger te maken hebben.

En toch hameren alle diëtisten, doktoren en fitnessfreaks erop dat je regelmatig moet eten en dat minstens drie keer per dag. Raar, want is dat ooit wel eens onderzocht of dit echt zo gezond is?

Waarom niet gewoon perioden van vasten afwisselen met gigantische schranspartijen?

En nu ik het toch daarover heb: wat is er dan zo goed aan regelmatig sporten?

Ik denk dat onze voorouders eigenlijk nooit veel zware stenen hoefden te tillen. Ja, misschien een keer in de 25 jaar of zo, als ze weer eens een groot monument moesten bouwen. Maar voor de rest? Voor de rest zaten ze lekker met hun blote kont in het gras elkaar te vlooien. Er was echt niemand in het pre-historie die elke donderdagavond drie uur ging joggen en op vrijdagavond nog een uurtje fitnessen onder het toeziend oog van een mammoet als personal trainer.

We deden het toen rustig aan: soms heel erg hard rennen (om te zorgen dat je kon eten, of zelf niet gegeten werd) en voor de rest liepen we een beetje doelloos rond (zoals zoveel ambtenaren heden ten dagen nog plachten te doen).

Uit onderzoek is zelfs gebleken dat lange wandelingen afgewisseld met korte perioden van intensieve oefeningen erg gezond is.

Kern van dit alles is dus dat je beter tijden van rust kunt afwisselen met tijden van inspanning.

Jawel, dit geldt ook voor stress: het is beter je ergens godsgruwelijk druk over te maken en dan vrolijk overboord te gooien dan je een klein beetje zorgen maken, en dat lang achter elkaar. Langdurige doffe stress is uitermate schadelijk. Probeer dit zo veel mogelijk te vermijden. Vertel daarentegen aan je beste vriend dat je als de dood bent voor Aziatische slangen. Met een beetje geluk vindt je zo’n mooi exemplaar op een avond in je bed. Dat ontbrak nog net in je leven. Die heilzame werking van acute stress.

Pas dus op voor kunstmatig gecreëerde omgevingen die stabiliteit hoog in het vaandel hebben. Alle ingrepen in de (menselijke) natuur om regelmaat te creëren hebben een risico in zich. Het maakt ons kwetsbaar. Antibiotica toedienen wanneer het niet nodig is, landen met gigantische schulden uit de brand helpen, enzovoort, enzovoort. Wanneer je iets kunstmatig belangrijker en groter maakt en niet in een vroeg stadium plat slaat, als het niet in staat blijkt stress te overleven, wordt het alleen maar kwetsbaarder. De menselijke geest vindt het ook duivels interessant om aan alle kwetsbare zaken meer belangrijkheid toe te schrijven.

De economie is daar een mooi voorbeeld van, totdat we gaan realiseren dat geld gewoon een symbolische, door alle partijen onderschreven, illusie is.

(met bijzonder veel dank aan Nassim Nicholas Taleb)

Je kunt het zo gek niet noemen, of we hebben het in overvloed: eten, vrije tijd, elektronische snufjes, stress en social media (waarbij het een onvermijdelijk voortvloeit uit het ander).

Eigenlijk is het helemaal niet zo gezond om alleen maar overvloed te hebben. Daar zijn we helemaal niet op gebouwd. Niet geestelijk, maar ook niet lichamelijk.

Neem nu het menselijk lichaam. Omdat wij toch redelijk aan de top van de voedselketen staan (alleen bankiers en grootaandeelhouders staan nog boven ons) is het onvermijdelijk dat er perioden van schaarste en perioden van overvloed zijn. Deze wisselen elkaar af. De ene keer zijn er te weinig prooidieren en de andere keer (voor de vegetariërs) is de oogst mislukt. We zijn er dus, evolutionair, op gebouwd dat we met overvloed en met honger te maken hebben.

En toch hameren alle diëtisten, doktoren en fitnessfreaks erop dat je regelmatig moet eten en dat minstens drie keer per dag. Raar, want is dat ooit wel eens onderzocht of dit echt zo gezond is?

Waarom niet gewoon perioden van vasten afwisselen met gigantische schranspartijen?

En nu ik het toch daarover heb: wat is er dan zo goed aan regelmatig sporten?

Ik denk dat onze voorouders eigenlijk nooit veel zware stenen hoefden te tillen. Ja, misschien een keer in de 25 jaar of zo, als ze weer eens een groot monument moesten bouwen. Maar voor de rest? Voor de rest zaten ze lekker met hun blote kont in het gras elkaar te vlooien. Er was echt niemand in het pre-historie die elke donderdagavond drie uur ging joggen en op vrijdagavond nog een uurtje fitnessen onder het toeziend oog van een mammoet als personal trainer.

We deden het toen rustig aan: soms heel erg hard rennen (om te zorgen dat je kon eten, of zelf niet gegeten werd) en voor de rest liepen we een beetje doelloos rond (zoals zoveel ambtenaren heden ten dagen nog plachten te doen).

Uit onderzoek is zelfs gebleken dat lange wandelingen afgewisseld met korte perioden van intensieve oefeningen erg gezond is.

Kern van dit alles is dus dat je beter tijden van rust kunt afwisselen met tijden van inspanning.

Jawel, dit geldt ook voor stress: het is beter je ergens godsgruwelijk druk over te maken en dan vrolijk overboord te gooien dan je een klein beetje zorgen maken, en dat lang achter elkaar. Langdurige doffe stress is uitermate schadelijk. Probeer dit zo veel mogelijk te vermijden. Vertel daarentegen aan je beste vriend dat je als de dood bent voor Aziatische slangen. Met een beetje geluk vindt je zo’n mooi exemplaar op een avond in je bed. Dat ontbrak nog net in je leven. Die heilzame werking van acute stress.

Pas dus op voor kunstmatig gecreëerde omgevingen die stabiliteit hoog in het vaandel hebben. Alle ingrepen in de (menselijke) natuur om regelmaat te creëren hebben een risico in zich. Het maakt ons kwetsbaar. Antibiotica toedienen wanneer het niet nodig is, landen met gigantische schulden uit de brand helpen, enzovoort, enzovoort. Wanneer je iets kunstmatig belangrijker en groter maakt en niet in een vroeg stadium plat slaat, als het niet in staat blijkt stress te overleven, wordt het alleen maar kwetsbaarder. De menselijke geest vindt het ook duivels interessant om aan alle kwetsbare zaken meer belangrijkheid toe te schrijven.

De economie is daar een mooi voorbeeld van, totdat we gaan realiseren dat geld gewoon een symbolische, door alle partijen onderschreven, illusie is.

(met bijzonder veel dank aan Nassim Nicholas Taleb)