Tag Archive for leven

HERINNERING AAN WAT NOG MOET KOMEN

Toen ik in slaap viel op de tegels
in deze stad, probeer ik jou voor te stellen
jouw handen tegen de mijne,
de kleur dansend in je ogen,
de stenen muren, de hemel van deze stad
Het gewicht van de maan drukt op ons.

Ik probeer terug te gaan naar dat moment,
maar ik kan eigenlijk alleen herinneren
hoe de wereld ooit was.

Ik wou dat ik als mijn zoon kon spreken,
waarbij alles praatbaar is
En de wereld in mijn handjes past
verleden en herinneringen nog nieuw
Dit leven is geen boek
anders had ik je allang dichtgeslagen
En onder mijn jas verstopt

Waar is het allemaal mee begonnen?

Er is niks zo mooi om het nieuwe jaar te beginnen, dan met een flinke discussie.
Maar ja, welke moet je nemen? Want het is erg gemakkelijk om mensen op de kast te krijgen, en dat doe ik dan ook graag en veel, maar dan wel goed onderbouwd.
En ik pak meteen een discussie op die al eeuwen aan de gang is, een waar voor- en tegenstanders elkaar vurig voor in de haren gaan zitten. Ik durf het zelfs zo te stellen dat er gewonden zijn gevallen tijdens de bikkelharde debatten over dit punt. Neenee, dit onderwerp is niet voor tere zieltjes, beste lezertjes. Want als we het over een nieuw begin hebben dan is er niets wat zo de verbeelding tart dan de oeroude vraag: wanneer begint nu eigenlijk het leven?
Aan de ene kant heb je diegenen die roepen dat het leven begint bij de conceptie. Dat is de ware start van het leven.
En aan de andere kant heb je dan de mensen die beweren dat het leven pas begint na je veertigste.
Wie heeft er dan gelijk? Makkelijke vraag, moeilijk antwoord.
Raar maar waar is het juist het Vaticaan dat beweert dat het leven na je veertigste begint. Logisch ook van die jurken, want als je 70 bent en je leven begint pas bij 40, dan ben je eigenlijk net 30. Slim bekeken dus.
Degenen die beweren dat het leven begint bij de conceptie zitten eigenlijk de hele dag alleen maar aan sex te denken, en zijn dus, per definitie, viespeuken.
Voor het beste overzicht zouden we nog een stapje terug moeten doen en het wat grootser en wellicht wetenschappelijker bekijken.
Want waar is het nu allemaal mee begonnen? Velen geloven dat het leven, het universum en de rest is begonnen met de Big Bang. Anderen geloven weer dat het met een sisser zal aflopen.
Ik vermoed dat het daar ergens tussenin zit. Vergelijk het maar met bijvoorbeeld een feestje, een nieuw kabinet, of een radio-programma: het begint meestal veelbelovend, maar uiteindelijk zakt het als een verkeerd gebakken soufflé in elkaar. Alle mooie beloften ten spijt.
En tussen dat begin en dat einde zit dan het hoofdstukje dat we ‘leven’ noemen. Tja, en hoe is dat daar terecht gekomen? Ook daar kunnen we erg veel verhitte discussies over gaan houden.
Want daar hebben we weer twee kanten: aan de ene kant de evolutietheorie. Het Vaticaan bijvoorbeeld is het daar helemaal niet mee eens. Toegegeven, ze hebben ook wel een aantal goede argumenten. Want het proces van evolutie, waarbij eencelligen zich langzaam hebben gevormd tot immens complexe soorten en levensvormen, is ook precies hetzelfde proces dat die collega van jou heeft gevormd die tijdens de lunch altijd gigantisch zit te smakken. Dus miljoenen jaren van evolutie hebben iemand gevormd die in zijn hele leven hoogstens 3 keer een broek heeft gekocht die ook echt paste? Kortom, de processen die fantastische dieren zo divers als de octopus, de mier en de olifant hebben gemaakt hebben ons ook mannen gegeven die nog niet eens zelf een overhemd kunnen strijken, of vrouwen die kunnen fileparkeren zonder bijbehorende lichte blikschade?
De soepjurken uit het Vaticaan hebben al heel lang de loftrompet geblazen over het Scheppingsverhaal. Zelf voelen ze langzamerhand op hun pauselijke slippers ook wel aan dat ze daar niet lang meer mee weg kunnen komen. Dus de PR gooit het dan over een andere boeg en komt aan met ongeveer hetzelfde principe, maar dan met een pseudo-wetenschappelijk sausje: Intelligent Design. In goed nederlands: intelligent ontwerp. Hier gaat men uit van het feit (en ik gebruik het woord ‘feit’ nu in zijn meest losse vorm) dat het leven, het universum en de rest het werk is van een intelligente ‘ontwerper’. Een erg creatieve denktank beweert dan vervolgens dat die ontwerper niemand minder is dan onze christelijke God.
Vreemde conclusie, want als er een soort opperwezen achter ons ontstaan zou zitten, waarom dan perse onze eigen, vertrouwde God? Waarom niet, om maar een dwarsstraat te noemen, een achtarmig spaghetti-monster? Gloria, in excelsis pasta.
Maar wat bedoel ik nu precies te zeggen? Waar draait het kortom om? Je kan niet vroeg genoeg met de conclusie beginnen, lijkt mij. En daar werk ik nu voorzichtig naar toe.
Met elke discussie hebben we voor- en tegenstanders. Wie er gelijk heeft, hangt vaak af van de gebruikte argumenten, feiten, waarheden en soms wint degene die het het mooist kan verwoorden.
Maar het begin, of zelfs het nut van het leven, het universum en de rest is een discussie die niet gewonnen kan worden omdat de stellingen hierover niet bewezen, maar ook niet weerlegd kunnen worden.
Als voorbeeld wil ik hier graag de beroemde theepot aanhalen.
Stel: ik beweer dat er een porseleinen theepot ergens tussen Mars en de Aarde in cirkelt, in een mooie elliptische baan. Niemand zou die stelling kunnen weerleggen als ik erbij vertel dat die theepot zo klein is dat die door geen enkele telescoop gezien kan worden. Ik zou dan kunnen zeggen dat, omdat mijn bewering niet weerlegd kan worden, hij best wel waar zou kunnen zijn.
Een theepot, God, een achtarmig spaghetti-monster, klimaatsverandering, de kerstman, kredietcrisis.
Bestaat dat allemaal werkelijk of niet?
Het grappige is dat als je niet kunt bewijzen dat iets niet bestaat, dat dat geen reden is om te geloven dat het wel bestaat. Twee keer ‘nee’ maakt nog geen ‘ja’.
Sterker zelfs, als het enige ‘bewijs’ van het bestaan van iets is dat er geen bewijs is dat het niet bestaat, dan kunnen we zeggen dat het geloven in dat iets, irrationeel is.
En daarmee heb ik meteen bewezen dat ook dit weer met een sisser afloopt. Dit praatje begon zo leuk, en nu is er geen touw meer aan vast te knopen. In plaats van een nieuwe begin, lijkt mij een fris einde meer op zijn plaats.

Er is niks zo mooi om het nieuwe jaar te beginnen, dan met een flinke discussie.
Maar ja, welke moet je nemen? Want het is erg gemakkelijk om mensen op de kast te krijgen, en dat doe ik dan ook graag en veel, maar dan wel goed onderbouwd.
En ik pak meteen een discussie op die al eeuwen aan de gang is, een waar voor- en tegenstanders elkaar vurig voor in de haren gaan zitten. Ik durf het zelfs zo te stellen dat er gewonden zijn gevallen tijdens de bikkelharde debatten over dit punt. Neenee, dit onderwerp is niet voor tere zieltjes, beste lezertjes. Want als we het over een nieuw begin hebben dan is er niets wat zo de verbeelding tart dan de oeroude vraag: wanneer begint nu eigenlijk het leven?
Aan de ene kant heb je diegenen die roepen dat het leven begint bij de conceptie. Dat is de ware start van het leven.
En aan de andere kant heb je dan de mensen die beweren dat het leven pas begint na je veertigste.
Wie heeft er dan gelijk? Makkelijke vraag, moeilijk antwoord.
Raar maar waar is het juist het Vaticaan dat beweert dat het leven na je veertigste begint. Logisch ook van die jurken, want als je 70 bent en je leven begint pas bij 40, dan ben je eigenlijk net 30. Slim bekeken dus.
Degenen die beweren dat het leven begint bij de conceptie zitten eigenlijk de hele dag alleen maar aan sex te denken, en zijn dus, per definitie, viespeuken.
Voor het beste overzicht zouden we nog een stapje terug moeten doen en het wat grootser en wellicht wetenschappelijker bekijken.
Want waar is het nu allemaal mee begonnen? Velen geloven dat het leven, het universum en de rest is begonnen met de Big Bang. Anderen geloven weer dat het met een sisser zal aflopen.
Ik vermoed dat het daar ergens tussenin zit. Vergelijk het maar met bijvoorbeeld een feestje, een nieuw kabinet, of een radio-programma: het begint meestal veelbelovend, maar uiteindelijk zakt het als een verkeerd gebakken soufflé in elkaar. Alle mooie beloften ten spijt.
En tussen dat begin en dat einde zit dan het hoofdstukje dat we ‘leven’ noemen. Tja, en hoe is dat daar terecht gekomen? Ook daar kunnen we erg veel verhitte discussies over gaan houden.
Want daar hebben we weer twee kanten: aan de ene kant de evolutietheorie. Het Vaticaan bijvoorbeeld is het daar helemaal niet mee eens. Toegegeven, ze hebben ook wel een aantal goede argumenten. Want het proces van evolutie, waarbij eencelligen zich langzaam hebben gevormd tot immens complexe soorten en levensvormen, is ook precies hetzelfde proces dat die collega van jou heeft gevormd die tijdens de lunch altijd gigantisch zit te smakken. Dus miljoenen jaren van evolutie hebben iemand gevormd die in zijn hele leven hoogstens 3 keer een broek heeft gekocht die ook echt paste? Kortom, de processen die fantastische dieren zo divers als de octopus, de mier en de olifant hebben gemaakt hebben ons ook mannen gegeven die nog niet eens zelf een overhemd kunnen strijken, of vrouwen die kunnen fileparkeren zonder bijbehorende lichte blikschade?
De soepjurken uit het Vaticaan hebben al heel lang de loftrompet geblazen over het Scheppingsverhaal. Zelf voelen ze langzamerhand op hun pauselijke slippers ook wel aan dat ze daar niet lang meer mee weg kunnen komen. Dus de PR gooit het dan over een andere boeg en komt aan met ongeveer hetzelfde principe, maar dan met een pseudo-wetenschappelijk sausje: Intelligent Design. In goed nederlands: intelligent ontwerp. Hier gaat men uit van het feit (en ik gebruik het woord ‘feit’ nu in zijn meest losse vorm) dat het leven, het universum en de rest het werk is van een intelligente ‘ontwerper’. Een erg creatieve denktank beweert dan vervolgens dat die ontwerper niemand minder is dan onze christelijke God.
Vreemde conclusie, want als er een soort opperwezen achter ons ontstaan zou zitten, waarom dan perse onze eigen, vertrouwde God? Waarom niet, om maar een dwarsstraat te noemen, een achtarmig spaghetti-monster? Gloria, in excelsis pasta.
Maar wat bedoel ik nu precies te zeggen? Waar draait het kortom om? Je kan niet vroeg genoeg met de conclusie beginnen, lijkt mij. En daar werk ik nu voorzichtig naar toe.
Met elke discussie hebben we voor- en tegenstanders. Wie er gelijk heeft, hangt vaak af van de gebruikte argumenten, feiten, waarheden en soms wint degene die het het mooist kan verwoorden.
Maar het begin, of zelfs het nut van het leven, het universum en de rest is een discussie die niet gewonnen kan worden omdat de stellingen hierover niet bewezen, maar ook niet weerlegd kunnen worden.
Als voorbeeld wil ik hier graag de beroemde theepot aanhalen.
Stel: ik beweer dat er een porseleinen theepot ergens tussen Mars en de Aarde in cirkelt, in een mooie elliptische baan. Niemand zou die stelling kunnen weerleggen als ik erbij vertel dat die theepot zo klein is dat die door geen enkele telescoop gezien kan worden. Ik zou dan kunnen zeggen dat, omdat mijn bewering niet weerlegd kan worden, hij best wel waar zou kunnen zijn.
Een theepot, God, een achtarmig spaghetti-monster, klimaatsverandering, de kerstman, kredietcrisis.
Bestaat dat allemaal werkelijk of niet?
Het grappige is dat als je niet kunt bewijzen dat iets niet bestaat, dat dat geen reden is om te geloven dat het wel bestaat. Twee keer ‘nee’ maakt nog geen ‘ja’.
Sterker zelfs, als het enige ‘bewijs’ van het bestaan van iets is dat er geen bewijs is dat het niet bestaat, dan kunnen we zeggen dat het geloven in dat iets, irrationeel is.
En daarmee heb ik meteen bewezen dat ook dit weer met een sisser afloopt. Dit praatje begon zo leuk, en nu is er geen touw meer aan vast te knopen. In plaats van een nieuwe begin, lijkt mij een fris einde meer op zijn plaats.

Over relaties, deel 1

Kom. Kom eens gezelig bij me zitten en laat me iets vertellen over datgene wat het overgrote deel van de denkende mensheid bezighoudt: relaties. En wat een spectrum beslaat dit onderwerp. We kunnen het hebben over relaties waar we alleen maar van kunnen dromen, over de relatie die we hebben, de relaties die we hebben gehad en degene die er hopelijk aan zitten te komen.
Maar vandaag, nu, samen met jou wil ik het hebben over relaties die er niet meer zijn. Ze zijn voorbij. Klaar. Beeindigd. Finito. Kaputt.
Hoe het komt dat het tussen jou en je partner niet meer ging, is even niet van belang. Misschien voor een volgende keer, maar waar ik nu even een paar honderd woorden aan wil weiden is hoe jij nu tegen die ander aankijkt.
Ik hoop natuurlijk dat jullie als vrienden uit elkaar zijn gegaan. En dat kan. Echt waar! Knijp in je handjes als het gebeurd is, maak een dankgebedje met je blote knietjes op de koude grond, want dan gaat dit niet over jou. Dan heb je het goed voor elkaar. Chapeau en drink er nog een van mij
Nee. We gaan het hier hebben over de relaties die ietwat minder vrolijk zijn geeindigd en waar de verhoudingen (meestal op zijn zachtst gezegd) nogal bekoeld zijn.
Is dat nu niet raar? Iemand waarvan je hebt gehouden, waar je lieve woordjes tegen hebt gesproken. Die je urenlang in zijn of haar ogen kon kijken. Degene die even jouw centrum van je universum was, is ineens van hun voetstuk gevallen. Weg met het lieve, het charmante, het aardige, het grappige, het mooie, het er-bestaat-er-maar-een-van-jou gevoel. Weg met de liefde.
Is dit ook zo? Is dit alles echt weg, of wil je het niet meer zien? Sterker zelfs: kan je het niet meer zien?
Want wat is in die ander dan veranderd?
Laat ik een (uitgebreid) voorbeeld nemen:
Stel je vliegt ergens op een kilometer of 800 boven Nederland. En degene die jou daar zo hoog heeft gekregen heeft jou de opdracht gegeven de kust van Nederland op te meten. Jij doet wat je gevraagd wordt en met een lineaal en een passer en een goed getraind oog meet jij de hele kust na. Je telt alles op en je weet hoe lang die is.
Fantastisch.
Stel nu eens voor dat ze je daarna in een luchtballon zetten. Met dezelfde opdracht: meet de kust van Nederland. Nou, dat duurt stukken langer, want je ziet ineens veel meer inhammen en kreekjes en variatie in het landschap. Maar jij zet door en de wind staat goed en uiteindelijk heb je dan toch de lengte van de kust van Nederland.
Super.
En dan zetten ze je met je blote voetjes in het zilte zand. En de opdracht is hetzelfde: meet de kust van Nederland op. Nounou, tjongejonge. Dat is me een werk. Tot welk niveau moet je gaan? Elke zandkorrel opmeten, of langs de vloedlijn? En kijk eens hoe grillig die kust is! Maar je houdt vol en na een paar weken heb je dan eindelijk die ^@%$!^* lengte van de kust van Nederland.
Dolletjes.
En dan ga je het vergelijken. En je ziet al meteen dat er niets van klopt. De lengte van de kust van Nederland is drie keer anders (en wordt steeds groter, maar dit terzijde). Hoe kan dit? Je hebt toch goed gemeten. Maar logica dicteert dat de kust niet is veranderd. Het enige wat veranderd is, is de manier waarop jij daar tegen aan keek.
En dan zijn we eindelijk waar ik wil zijn. Die ander is echt niet veranderd. Qua gedrag wel. Maar de essentie van die ander is niet veranderd. Jij kijkt er anders tegen aan. Die ander is nog steeds lief, charmant, aardig, grappig en mooi. En er bestaat nog steeds maar een iemand die precies zo is. Alleen jij ziet het niet meer. En die ander wil het niet meer aan jou laten zien.
Je hebt gehouden en liefgehad en dat gaat nooit meer weg. En het is erg wat er is gebeurd, maar voor het universum, het grote geheel der dingen, was dit maar gewoon een gebeurtenis. En die heeft jou geraakt. Maar wie die ander is (en ook wie jij bent) is onveranderlijk. Ja, wijzer geworden. Weer wat geleerd, maar dat is ook onze plaats in het grotere geheel. Leven en daardoor leren.
Nee, ook ik heb nog wel eens een hekel aan die ander en soms heb ik zin om tegen iemand te schreeuwen. Maar als ik even die knop om kan zetten en me bedenk dat die ander net zo op zoek is naar liefde en geluk en dat op hun eigen manier doen, dan vind ik rust.
Want ik heb van die ander gehouden en ergens, soms erg diep verscholen, zit nog die vonk van liefde. En dat is de vonk die je mens maakt. En dat is wat je moet koesteren.
Hou het positieve vast. Negeer het negatieve, want dat is veel te gemakkelijk te zien.

Kom. Kom eens gezelig bij me zitten en laat me iets vertellen over datgene wat het overgrote deel van de denkende mensheid bezighoudt: relaties. En wat een spectrum beslaat dit onderwerp. We kunnen het hebben over relaties waar we alleen maar van kunnen dromen, over de relatie die we hebben, de relaties die we hebben gehad en degene die er hopelijk aan zitten te komen.
Maar vandaag, nu, samen met jou wil ik het hebben over relaties die er niet meer zijn. Ze zijn voorbij. Klaar. Beeindigd. Finito. Kaputt.
Hoe het komt dat het tussen jou en je partner niet meer ging, is even niet van belang. Misschien voor een volgende keer, maar waar ik nu even een paar honderd woorden aan wil weiden is hoe jij nu tegen die ander aankijkt.
Ik hoop natuurlijk dat jullie als vrienden uit elkaar zijn gegaan. En dat kan. Echt waar! Knijp in je handjes als het gebeurd is, maak een dankgebedje met je blote knietjes op de koude grond, want dan gaat dit niet over jou. Dan heb je het goed voor elkaar. Chapeau en drink er nog een van mij
Nee. We gaan het hier hebben over de relaties die ietwat minder vrolijk zijn geeindigd en waar de verhoudingen (meestal op zijn zachtst gezegd) nogal bekoeld zijn.
Is dat nu niet raar? Iemand waarvan je hebt gehouden, waar je lieve woordjes tegen hebt gesproken. Die je urenlang in zijn of haar ogen kon kijken. Degene die even jouw centrum van je universum was, is ineens van hun voetstuk gevallen. Weg met het lieve, het charmante, het aardige, het grappige, het mooie, het er-bestaat-er-maar-een-van-jou gevoel. Weg met de liefde.
Is dit ook zo? Is dit alles echt weg, of wil je het niet meer zien? Sterker zelfs: kan je het niet meer zien?
Want wat is in die ander dan veranderd?
Laat ik een (uitgebreid) voorbeeld nemen:
Stel je vliegt ergens op een kilometer of 800 boven Nederland. En degene die jou daar zo hoog heeft gekregen heeft jou de opdracht gegeven de kust van Nederland op te meten. Jij doet wat je gevraagd wordt en met een lineaal en een passer en een goed getraind oog meet jij de hele kust na. Je telt alles op en je weet hoe lang die is.
Fantastisch.
Stel nu eens voor dat ze je daarna in een luchtballon zetten. Met dezelfde opdracht: meet de kust van Nederland. Nou, dat duurt stukken langer, want je ziet ineens veel meer inhammen en kreekjes en variatie in het landschap. Maar jij zet door en de wind staat goed en uiteindelijk heb je dan toch de lengte van de kust van Nederland.
Super.
En dan zetten ze je met je blote voetjes in het zilte zand. En de opdracht is hetzelfde: meet de kust van Nederland op. Nounou, tjongejonge. Dat is me een werk. Tot welk niveau moet je gaan? Elke zandkorrel opmeten, of langs de vloedlijn? En kijk eens hoe grillig die kust is! Maar je houdt vol en na een paar weken heb je dan eindelijk die ^@%$!^* lengte van de kust van Nederland.
Dolletjes.
En dan ga je het vergelijken. En je ziet al meteen dat er niets van klopt. De lengte van de kust van Nederland is drie keer anders (en wordt steeds groter, maar dit terzijde). Hoe kan dit? Je hebt toch goed gemeten. Maar logica dicteert dat de kust niet is veranderd. Het enige wat veranderd is, is de manier waarop jij daar tegen aan keek.
En dan zijn we eindelijk waar ik wil zijn. Die ander is echt niet veranderd. Qua gedrag wel. Maar de essentie van die ander is niet veranderd. Jij kijkt er anders tegen aan. Die ander is nog steeds lief, charmant, aardig, grappig en mooi. En er bestaat nog steeds maar een iemand die precies zo is. Alleen jij ziet het niet meer. En die ander wil het niet meer aan jou laten zien.
Je hebt gehouden en liefgehad en dat gaat nooit meer weg. En het is erg wat er is gebeurd, maar voor het universum, het grote geheel der dingen, was dit maar gewoon een gebeurtenis. En die heeft jou geraakt. Maar wie die ander is (en ook wie jij bent) is onveranderlijk. Ja, wijzer geworden. Weer wat geleerd, maar dat is ook onze plaats in het grotere geheel. Leven en daardoor leren.
Nee, ook ik heb nog wel eens een hekel aan die ander en soms heb ik zin om tegen iemand te schreeuwen. Maar als ik even die knop om kan zetten en me bedenk dat die ander net zo op zoek is naar liefde en geluk en dat op hun eigen manier doen, dan vind ik rust.
Want ik heb van die ander gehouden en ergens, soms erg diep verscholen, zit nog die vonk van liefde. En dat is de vonk die je mens maakt. En dat is wat je moet koesteren.
Hou het positieve vast. Negeer het negatieve, want dat is veel te gemakkelijk te zien.

Over dromen

Als we het over dromen hebben, dan moeten we goed beseffen dat er twee verschillende soorten dromen bestaan die we niet door elkaar moeten halen. Ten eerste hebben we de slaapdromen. Dat zijn de dromen die we hebben als we gewoon slapen. En aan de andere kant (en net zo belangrijk) hebben we de wensdromen. De dingen waar we naar toe leven, de dingen waar we op hopen.
De slaapdromen zijn die dromen die we gerust kunnen vergeten en dat doen we dan ook. Hoe vaak komt het wel niet voor dat je weet dat je gedroomd hebt maar niet meer weet waar het over ging?
Wensdromen vergeet je niet zo gauw. Ze komen misschien niet uit en ze kunnen ergens ver weg in je achterhoofd leven, maar vergeten doen we ze nooit. Ik durf te wedden dat iedereen nog weet wat hij vroeger wilde worden toen hij nog klein was. Wensdromen komen en gaan, maar vergeten doen we ze niet.
Het is daarom ook belangrijk dat we slaapdromen en wensdromen niet door elkaar halen. Het zou van de zotte zijn als bijvoorbeeld Martin Luther King had geroepen: “Ik had een droom… maar, euh, ik ben hem weer vergeten. Ik weet het niet meer. Ga maar naar huis. Dit wordt niks.”
Belangrijk is dat je je dromen achterna blijft gaan. Doe je dat niet dan leef je je leven in stille, wanhoop. Het is niet voor niets dat als je het woord ‘droom’ omdraait er dan ‘moord’ staat. Het niet geloven in je dromen is moord. Geestelijke moord. Op jezelf. Blijf hopen. Blijf dromen, hoe raar je droom ook is. Het is moeilijk te zeggen wat onmogelijk is, want de droom van gisteren is de hoop voor vandaag en de realiteit van morgen.
En geloof niet in de mensen om je heen die je dromen kleiner willen maken of zeggen dat het allemaal niet kan. Word eens volwassen en stop met dromen wordt er dan gezegd. Welnu, ik ben door de loop der jaren maar erg weinig volwassen mensen tegengekomen. Saaie mensen, daarentegen, kom ik volop tegen.
Die denken vanuit hun eigen kleinburgerlijke, bekrompen kader en van daaruit oordelen ze over degenen die nog wel durven te dromen. Is het niet beter om prachtige dingen te wensen en hoop te hebben voor de toekomst, ook al wordt dat verhinderd door tegenslag? Liever leven met tegenslag en toch hoop houden dan op te gaan in de gelederen van die ‘volwassenen’ die niet veel vreugde, maar ook niet veel pijn beleven omdat ze leven in die grijze schemerzone die noch verlies noch overwinning kent. Daar wordt een mens niet vrolijker van. Frustratie is dan het logisch gevolg en het beste wat een gefrustreerd mens kan doen is lekker thuis blijven en zijn mond houden. Helaas doen velen het tegenovergestelde en gaan de straat op om erover te praten. Vaak zien we deze personen dan terug in de lokale politiek.
Politici gebruiken ook de oudste truuk ter wereld om wijs over te komen. Die truuk bestaat eruit om gewoon iets stoms te verzinnen en het vervolgens niet te zeggen…
Misschien klinkt dit een beetje raar, maar over lokale politiek hoeft men eigenlijk geen grapjes te maken. Alles wat men hoeft te doen is rustig observeren en dan de feiten rapporteren. Dat is al erg genoeg. Maar goed, ik dwaal af…
Als een beetje dromen erg is, dan is de oplossing niet om minder te dromen, maar meer, zodat je altijd durft te blijven dromen. Je kunt een mede-dromer erg snel herkennen door te vertellen over jouw wensen, je passies en hoop voor de toekomst. De bekrompene zal antwoorden “Waarom?” en degene die zelf durft te dromen zal antwoorden met “Leuk. Moet je doen!”. En als iemand dan iets heeft bereikt, feliciteer hem daarmee. Dan maak je twee mensen gelukkig.
Een wijs man heeft ooit gezegd dat het niet erg is dat je luchtkastelen bouwt. Hou die dromen vast. Luchtkastelen zijn dingen waar we naar streven. Hou ze in de lucht. En vervolgens moet je er fundamenten onder gaan bouwen.
Comfort, luxe en materiele zaken zijn niet de belangrijkste zaken in het leven. Alles wat je nodig hebt is iets om enthousiast over te zijn.
Je kunt slapend door het leven gaan, of dromend. Al met al bekeken kies ik graag voor het laatste.

Als we het over dromen hebben, dan moeten we goed beseffen dat er twee verschillende soorten dromen bestaan die we niet door elkaar moeten halen. Ten eerste hebben we de slaapdromen. Dat zijn de dromen die we hebben als we gewoon slapen. En aan de andere kant (en net zo belangrijk) hebben we de wensdromen. De dingen waar we naar toe leven, de dingen waar we op hopen.
De slaapdromen zijn die dromen die we gerust kunnen vergeten en dat doen we dan ook. Hoe vaak komt het wel niet voor dat je weet dat je gedroomd hebt maar niet meer weet waar het over ging?
Wensdromen vergeet je niet zo gauw. Ze komen misschien niet uit en ze kunnen ergens ver weg in je achterhoofd leven, maar vergeten doen we ze nooit. Ik durf te wedden dat iedereen nog weet wat hij vroeger wilde worden toen hij nog klein was. Wensdromen komen en gaan, maar vergeten doen we ze niet.
Het is daarom ook belangrijk dat we slaapdromen en wensdromen niet door elkaar halen. Het zou van de zotte zijn als bijvoorbeeld Martin Luther King had geroepen: “Ik had een droom… maar, euh, ik ben hem weer vergeten. Ik weet het niet meer. Ga maar naar huis. Dit wordt niks.”
Belangrijk is dat je je dromen achterna blijft gaan. Doe je dat niet dan leef je je leven in stille, wanhoop. Het is niet voor niets dat als je het woord ‘droom’ omdraait er dan ‘moord’ staat. Het niet geloven in je dromen is moord. Geestelijke moord. Op jezelf. Blijf hopen. Blijf dromen, hoe raar je droom ook is. Het is moeilijk te zeggen wat onmogelijk is, want de droom van gisteren is de hoop voor vandaag en de realiteit van morgen.
En geloof niet in de mensen om je heen die je dromen kleiner willen maken of zeggen dat het allemaal niet kan. Word eens volwassen en stop met dromen wordt er dan gezegd. Welnu, ik ben door de loop der jaren maar erg weinig volwassen mensen tegengekomen. Saaie mensen, daarentegen, kom ik volop tegen.
Die denken vanuit hun eigen kleinburgerlijke, bekrompen kader en van daaruit oordelen ze over degenen die nog wel durven te dromen. Is het niet beter om prachtige dingen te wensen en hoop te hebben voor de toekomst, ook al wordt dat verhinderd door tegenslag? Liever leven met tegenslag en toch hoop houden dan op te gaan in de gelederen van die ‘volwassenen’ die niet veel vreugde, maar ook niet veel pijn beleven omdat ze leven in die grijze schemerzone die noch verlies noch overwinning kent. Daar wordt een mens niet vrolijker van. Frustratie is dan het logisch gevolg en het beste wat een gefrustreerd mens kan doen is lekker thuis blijven en zijn mond houden. Helaas doen velen het tegenovergestelde en gaan de straat op om erover te praten. Vaak zien we deze personen dan terug in de lokale politiek.
Politici gebruiken ook de oudste truuk ter wereld om wijs over te komen. Die truuk bestaat eruit om gewoon iets stoms te verzinnen en het vervolgens niet te zeggen…
Misschien klinkt dit een beetje raar, maar over lokale politiek hoeft men eigenlijk geen grapjes te maken. Alles wat men hoeft te doen is rustig observeren en dan de feiten rapporteren. Dat is al erg genoeg. Maar goed, ik dwaal af…
Als een beetje dromen erg is, dan is de oplossing niet om minder te dromen, maar meer, zodat je altijd durft te blijven dromen. Je kunt een mede-dromer erg snel herkennen door te vertellen over jouw wensen, je passies en hoop voor de toekomst. De bekrompene zal antwoorden “Waarom?” en degene die zelf durft te dromen zal antwoorden met “Leuk. Moet je doen!”. En als iemand dan iets heeft bereikt, feliciteer hem daarmee. Dan maak je twee mensen gelukkig.
Een wijs man heeft ooit gezegd dat het niet erg is dat je luchtkastelen bouwt. Hou die dromen vast. Luchtkastelen zijn dingen waar we naar streven. Hou ze in de lucht. En vervolgens moet je er fundamenten onder gaan bouwen.
Comfort, luxe en materiele zaken zijn niet de belangrijkste zaken in het leven. Alles wat je nodig hebt is iets om enthousiast over te zijn.
Je kunt slapend door het leven gaan, of dromend. Al met al bekeken kies ik graag voor het laatste.