Tag Archive for Roosendaal

Verkiezing nieuwe stadsdichter in Roosendaal

Als men tegenwoordig over het Tongerloplein loopt, dan zal het niemand kunnen ontgaan dat zich daar een hele metamorfose heeft afgespeeld. Nieuwe stenen, nieuwe trappen en een zee van hip licht. Een beetje van dat hippe licht toont de slogan van onze stad: “Beleef het in Roosendaal”.

In Roosendaal schijnt er van alles...

Tongerloplein met nieuwe lichtjes

Dan ga ik me toch een aantal dingen afvragen als ik zoiets lees. Wie heeft dat bijvoorbeeld verzonnen? In ieder geval niet de Stadsdichter. En da’s jammer. Die zou er toch voor zulke dingen moeten zijn. Dan zal het wel van een bureau komen die grossieren in slagzinnen voor gemeenten. De vraag die daarop dan volgt is: zou een dergelijk bureau nu duurder of goedkoper zijn dan de gage die de Stadsdichter voor zijn werk krijgt?

Welnu, niet gedraald en dit natuurlijk meteen aan de burgemeester gevraagd. Met een kneepje in onze arm en een dikke knipoog deelde hij ons mede dat zo’n bureau toch wel iets duurder was dan de Stadsdichter. En of we nog een rondje van hem wilden?

Oh ja, iets duurder zegt de man. Dat is hetzelfde als beweren dat een pot pindakaas iets kleiner is dan een voetbalstadion.

Klopt helemaal, niks aan gelogen, maar we zijn nog niks wijzer zo.

Nu ik het dan toch over voetbalstadia heb, we hebben er een slogan bij, maar een stadion minder. Want RBC is vertrokken uit de stad. En we hebben er een zee van licht bij, maar Philips gaat vertrekken uit de stad. Dat ik dat nog beleven mag zeg!

Laten we dan ook niet onvermeld laten dat we als spoorstad helemaal voorbij zijn gestreefd door Breda. Wel eens gezien wat die gasten allemaal aan infrastructuur aan het optuigen zijn? Alsof we dat in Roosendaal niet konden. Waar ging het mis?

Ik weet dat het voor de Roosendaalse ambtenaren verplicht is om de werken van Machiavelli onder het hoofdkussen te hebben. Dat moeten ze in Breda ook, maar blijkbaar hebben ze het beter gelezen en begrepen.

Maar wacht even. Wat ben ik nu aan het doen? Ik ben helemaal tegen de mantra van het moment in aan het gaan. Welke mantra van de maand vraagt u zich af?

Nou, degene die zegt dat we niet zo negatief meer mogen doen over Roosendaal. D’n dieje. Klinkt die bekend?

Wel mooi toch? Iedereen die een tegengeluid laat horen (en die niet in jouw agenda past) monddood maken door te zeggen dat men negatief is. Slim.

Dus als er in het Stadskantoor een scheet wordt gelaten dan moeten wij maar roepen dat het naar madeliefjes ruikt? Ik dacht het niet.

Een scheet is een scheet en als die stinkt (wat vaak het geval is) dan moet je er iets van zeggen. Het is natuurlijk mooier als je ook nog een oplossing weet te bedenken of een alternatief (luchtverfrisser, raampje open, lucifer aansteken, etc etc. Maar deze metafoor gaat hiermee ver genoeg).

Dus als alternatief zou ik zeggen: opdoeken die slogan. Ooit wel eens jezelf proberen te vatten in één zin? Niet echt denderend gelukt, neem ik aan. Maar een stad met meer dan 70.000 individuen kan dan wel in zin gepakt worden? Word toch eens volwassen zeg.

En we hebben al een mooie slogan. Op de kleinere weggetjes, als je Roosendaal binnenkomt, staat onder sommige borden heel eenvoudig het woord ‘Welkom’. Nou. Is dat nu geen mooi motto voor onze stad? Simpeler kan niet, en het hangt al overal. Kost dus niks.

Want met alles wat verdwijnt uit Roosendaal lopen we natuurlijk groot gevaar dat we lekker gaan zitten indutten achter onze opgetrokken muren van gezapigheid.

Wellicht dat ze dat ook in het achterhoofd hadden bij de renovatie van het Tongerloplein.

Ze zetten die grote lichtmast daar weg die ook nog allerlei lichtjes op de grond projecteert. Het lijkt wel een landingsbaan. Dus in navolging van Seppe krijgen we dan Tongerloplein International Airport.

Nu geduldig wachten tot de eerste vlieglading terroristen aankomt en dan zullen we echt eens wat beleven in Roosendaal.

Het is kunst!It’s art!

Een van de vragen die menigeen blijft stellen (en waar we helaas geen objectief antwoord op hoeven te verwachten) is de vraag: wat is nu kunst?
Natuurlijk, ik kan op het internet opzoeken welke stromingen er allemaal zijn en hoe die genoemd worden en wie, wat en waar wordt ingedeeld. Maar dat beantwoord nog steeds niet de vraag wat kunst nu is. Blijkbaar weten we het pas als we het zien en er een label aan hebben kunnen hangen.
Maar dat label is niet voor iedereen gelijk. De grote Kunst is voor iedereen wel duidelijk; daar zijn we het over eens. Dat is ons zo geleerd. Die mening volgen wij netjes. Tenslotte hangt die Kunst ook in een museum?
Dit is namelijk een van de definities van kunst: het hangt in een museum. Klaar toch? Nou nee. Want dan zitten we met een mooie cirkelredenering. Kunst hangt in een museum. En een museum is een gebouw waar kunst hangt. Dus verwijzen twee dingen naar elkaar en zijn we nog geen snars wijzer.
Dit geldt ook voor de kunstkenner. Een van de (vele) definities van kunst is dat dit bepaald wordt door de kunstkenner. En daar zitten we weer in een cirkeltje! Want een kunstkenner is iemand die bepaalt of iets kunst is.
Nee, zo komen we er niet uit. Dat hoeft ook eigenlijk niet. Iedereen moet zelf kunnen vinden of iets mooi, lelijk, kunst of geen kunst is. De vraag moet liever zijn (als je niet zeker van weet hoe je het moet noemen) niet alleen waar kijk je naar, maar ook waarom.

Enige tijd geleden is wederom het KunstOnder1Dak gehouden in Roosendaal. Op een opvallende locatie (het leegstaande RBC stadion) werden professionele- en amateurkunstenaars gevraagd hun werk te tonen. Ook ik gaf hieraan gehoor.
Vooral om de vraag te poneren aan de bezoeker: wat is kunst? Waar kijken we naar?
Als uitgangspunt nam ik de eerste definitie: kunst hangt in een museum. Als een voorwerp in een museum hangt dan zal het wel kunst zijn. Alle attributen die het zijn status geven zijn daar aanwezig: de juiste belichting, naambordjes, beschrijvingen en stille zalen.
Maar kunst buiten een museum? Behoudt dat zijn waarde of wordt het dan niet-kunst? Dan dringt zich de laatste vraag op: niet-kunst in een niet-museum? Hoe kijkt men daar tegenaan.

Onderstaand de foto’s van de drieluik met de titel: Ceci nést pas l’art conceptuel
Dit is uiteraard een knipoog naar het schilderij van Magritte waarin hij een pijp heeft afgebeeld en tegen de kijker zegt dat het geen pijp is (omdat het een afbeelding is). Zo ook de titel van dit werk. Ik zeg dat het geen conceptuele kunst is. Want ik stel nu juist de vraag óf het nu wel kunst is waar we het over hebben. Eigenlijk een dubbele uitdaging van het intellect, omdat conceptuele kunst uit wil dagen tot nadenken, zeg ik net het niet te doen, door het wel te doen.
Enfin, de drieluik kreeg inderdaad alle attributen mee van een ‘echt’ museum. Naamkaartjes en al. De schilderijen zijn met de hand gemaakt (en verwijzing naar de videospelletjes van toen, die ook met de hand werden gemaakt. Hexadecimaal invoeren van code etc.) met houten blokjes die één voor één met de hand zijn geschilderd en geplakt.

Drieluik massacultuur iconen.
Titel: Ceci nést pas l’art conceptuel

(klik op de plaatjes voor uitleg over de uitgebeelde karakters)

mariodonkeyjrghost

.

DecemberDecember

Ondanks dat de films steeds mooier worden, en de technische foefjes hiervan steeds indrukwekkender (3D, 4D en nu zelfs met reuk!) blijft het geschreven woord onveranderd populair. Boekverkopen stijgen nog steeds evenals het lezerspubliek. Nee, lezen zal de eerste tijd niet verdwijnen. Terwijl er onderdelen van dat lezen weer wel verdwijnen. Er komen elk jaar woorden bij, maar er verdwijnen er ook een heleboel. In onbruik geraakt. Te ouderwets. Niet meer van deze tijd.

Wie heeft de laatste tijd nog wel eens het woord ‘valies’ gebruikt? Of ‘souffleur’ (niets voorzeggen a.u.b.!). Of wat te denken van ‘pooier’, dat hoor je tegenwoordig bijna nooit meer. Nee, nu is het ineens ‘manager’ geworden. Tjonge, wat politiek correct! Laten we toch gewoon het beestje bij de naam noemen. Een pooier is gewoon een pooier. Klaar uit. Of het nu een bankdirecteurpooier is, een aandelhouderpooier of een ministerpooier. We weten toch precies wat we daarmee bedoelen?

En dan nog zo’n mooi woord: ‘commissie’. Er is een commissie van dit en een commissie over dat. Het zijn gewoon pooiervergaderingen. Da’s toch veel duidelijker. Van die vergaderingen die je ook had in die film De Godverse Vader. Of zoiets.
En een belangrijke dingen die er worden besloten in dat soort zittingen. Staan ze met z’n allen te scharmaaien en te parlevinken en nog meer van die in onbruik geraakte termen. Laat mij een voorbeeld geven: de pooiers van de Oude Markt, hier te Roosendaal, hadden ook ineens een slim idee. Laten we iets doen op de Oude Markt in verband met de feestdagen. Weet je wat? We zetten een ijsbaan weg.
Een ijsbaan vraag ik u!? Het lijkt wel een enorme viskraam. Wat een gedrocht, wat een aanslag op de goede smaak. Waar andere steden een gezellige openlucht ijsbaan creëren komen de plaatselijke souteneurs met dit op de proppen. Waar zaten ze eigenlijk aan te denken, toen ze een dergelijke wanstaltige witte tompouce bestelden?

Worst is de naam. Hans Worst.

Kleine ijsbaan op de Oude Markt

Maar we weten het wel; met zo’n overdekt geval kan er nog geld verdiend worden, met allerlei nevenactiviteiten. Voor de pooiers geldt niet de gezelligheid, het gaat vooral om de daad!
Het zou mij volstrekt niet verbazen, dat voor Oud- en Nieuw ineens rode lampjes achter die wapperende plastic raampjes worden gehangen. Een gezellige, ouderwetse sfeer, als u begrijpt wat ik bedoel. Want ja, het blijft crisis nietwaar? En zo verdienen we toch nog iets bij.
Sommige dingen raken blijkbaar nooit uit de mode.

Zoek me in de zomer

Als je me zoekt
dan zul je me vinden
tussen de kleuren van de mensen

Op de Markt
waar de vensters
tussen oude stenen
knipogen tegen de zon

Waar de glazen fonkelen
de luifels wapperen
talrijke gesprekken tegelijkertijd

Kinderen rennen
tussen tafeltjes
niet bang voor schaduwen
op klaarlichte dag

De wolken schuilen
achter het stadhuis
en gunnen ons de blauwe lucht

Wanneer de zon achter de Schuiven verdwijnt
en de vensters slapen gaan
dan slenteren we de lange weg
terug naar het begin

En ik vraag aan jou
Hebben onze ouders dit ook gedaan?
Hebben zij ook hier stil gestaan?

Hebben ze elkaar gezoend?
Hier op de hoek, of bij dit ijzeren hek?
Liepen ze hier hand in hand?
Liefde op de luie zomerlucht

Op de Markt
of ergens anders
dat maakt niet uit

De kleuren verdwijnen
in de nacht
Ik heb overal gezocht
en heb iets van mezelf gevonden

De klokken van St. Joseph

Klokslagen over rode dakpannen
Stilte vibreert langs straten
Weer een slag
Weer een uur
Weer een dag

Tussenin loop ik
Over de Kaai
Langs de Markt
door de tijd

Ontelbare uren hebben we hier gelopen
En telbare uren zullen nog komen
Weer een slag
Weer een uur
Weer een dag

De stad lijkt bewegingsloos
Zij is er altijd al geweest
Voor en na de klokslagen
Alles veranderd, maar wanneer?

Nu valt er middenin
Tussen wat is geweest en komen gaat
De klok luidt tegelijkertijd
begin en einde

Bewegingsloos in Roosendaal
Midden tussen de tijd in
Weer een slag
Weer een uur
Weer een nieuwe dag