Verloren liefdeLost love

Er zijn veel dingen die men kan verliezen, maar als er iets is waar we er alleen maar meer van krijgen, dan zijn dat illusies. Die worden er alleen maar meer.
Vooral bij het verliezen van je grote liefde; dan vallen vaak de schellen van de ogen en wordt die roze zonnebril ineens een paar tintjes donkerder.
Bij het einde van een relatie wordt er vaak wanhopig gezocht naar de reden van het stukgaan. En daarin hebben we dan twee varianten. Het eerlijke en het lange antwoord. Enkele voorbeelden vaan eerlijke antwoorden zijn: ik hou niet meer van je. Of: ik heb al een ander. Of: je stinkt uit je mond. Of: ik vind je zus leuker.
Eerlijke antwoorden zijn altijd kort. Lange antwoorden kloppen nooit. Dan heb je zelf meestal ook wel door dat men om de hete brij heen aan het draaien is. Voorbeelden van lange antwoorden zijn: het ligt niet aan jou, het ligt aan mij. Ik heb meer tijd voor mezelf nodig.
Of: ik heb het gevoel dat ik in deze relatie niet kan groeien en iets houdt me tegen. Of: Een vriend van me vertelde me dat stelletjes na verloop van tijd erg op elkaar gaan lijken. Daarom heb ik besloten er een punt achter te zetten, want ik wil er niet uitzien zoals jij.

Dan is het over en uit. Maar hoe lang mag men eigenlijk treuren? Staat daar een tijd voor?
Hoe meten we zoiets? Men zegt wel eens dat men ongeveer de helft van de tijd nodig heeft om over een relatie te komen, als die relatie heeft geduurd.
Dat klinkt verdacht als de halfwaardetijd. En die kennen we wel. De halfwaardetijd is de tijd waarin een radioactieve substantie de helft van haar activiteit verliest; dit is dus de tijd waarin de helft van de atomen zijn uiteengevallen.
Klinkt natuurlijk raar. Hoe weten die atomen nu welke 50 procent uiteenvalt en welke 50 procent blijft bestaan? Dat weten ze niet. Het is gewoon een statistisch nummertje, een gemiddelde.
De halfwaardetijd van 50 eurocent is bijvoorbeeld 10 jaar.
Van een relatie kun je ook niet zeggen dat na de helft van de tijd het verdriet voorbij is. Dat zou wel erg mooi zijn dat men kon zeggen: donderdag aanstaande om kwart over drie ben ik er he-le-maal overheen. Zo werkt dat niet. Gemiddelden en statistieken zijn niet zo makkelijk te gebruiken als het over mensen en al helemaal niet als het over individuen gaat.
Zulke getalletjes zeggen alleen iets als je het over starre objecten gaat hebben. Dus atomen, het aantal verkochte sinaasappelen in Spanje, de uitgeschreven bekeuringen in de zomer van 2011 en de meningen van politici.
Kijken we bijvoorbeeld naar de halfwaardetijd van een plastic fles, dan zit die ongeveer op (en de experts weten het zelf ook niet) tussen de 100 en 1000 jaar. Plastic vergaat natuurlijk nooit, omdat er geen organismen zijn die het opeten, maar op de duur is het plastic zo klein geworden dat het verdwenen is. Aluminium blikjes doen het iets beter. Dat verdwijnt sneller in de natuur. Maar de energie die nodig is om aluminium te maken is schrikbarend.
En hoe lang wordt een plastic fles of een aluminium blikje gebruikt? Tien minuten tot een kwartier. Gemiddeld. En dat is maar een getalletje. Maar die tijd is niets vergeleken met de tijd die dit onnodige afval rondzwerft. Lang nadat wij dood zijn en men ons is vergeten.
Op die manier verlies, nee, verspeel je het recht om deze aarde te mogen erven. Hoeveel hou je nog van de aarde als je onnadenkend doorgaat met blindelings consumeren? Wanneer vallen de schellen van onze ogen? Als te donker wordt om nog goed te kunnen zien?